Hoe Cornelis Jamin junior werd 'verbannen uit het koekjesparadijs'

"De snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in" is een regel uit het lied 'De Meisjes van de Suikerwerkfabriek' van Drs. P. Die suikerwerkfabriek is de fabriek van Jamin in de Hugo de Grootstraat in Rotterdam-Crooswijk. Het is de plek waar Jamin groot is geworden.

Het bedrijf is opgericht door Cornelis Jamin senior. Hij wordt in 1850 geboren in Boxmeer en komt in 1874 naar Rotterdam. Een paar jaar later begint hij een koek- en banketbakkerij. Kort daarna heeft Jamin twee suikerwerkfabriekjes in Rotterdam. Om zijn producten aan de man te brengen, opent hij eigen winkels. 

De Meisjes van de Suikerwerkfabriek van Drs P: 


In 1887 wordt de eerste steen gelegd voor de Zuid-Hollandsche Stoomfabriek van Banket, Koek, Chocola en Suikerwerken in Crooswijk. De fabriek van C. Jamin wordt een belangrijke werkgever in de wijk. Cornelis Jamin senior overlijdt in 1907. Hij ligt begraven op begraafplaats Crooswijk. De enorme grafkapel is een gemeentelijk monument. 

Maquette Jaminfabriek Hugo de Grootstraat, collectie Museum Rotterdam:

Afbeelding

Over Cornelis Jamin senior en de beginjaren van zijn succesvolle onderneming is niet zoveel bekend. Zijn oudste zoon Cornelis Jamin junior heeft daarentegen een uitgebreide autobiografie geschreven. De zestien boeken worden bewaard bij het Stadsarchief Rotterdam. Historicus Maarten de Gids heeft het handgeschreven werk van Cornelis Jamin junior bestudeerd. 

"Junior had een heel slechte band met zijn vader en laat het niet na om daarover te schrijven", vertelt De Gids in de Hugo de Grootstraat, waar inmiddels niets meer herinnert aan de fabriek die er ooit stond. Na een ruzie met de gemeente Rotterdam, is Jamin in 1957 naar het Brabantse Oosterhout vertrokken. 

Cornelis junior is in 1876 geboren uit het eerste huwelijk van Cornelis senior. Ruim een jaar na zijn geboorte sterft zijn moeder. Weer een jaar later hertrouwt senior. Junior wordt dan de 'stiefproleet' zoals hij zelf schrijft. 


Met zijn de tweede vrouw krijgt Cornelis Jamin senior drie zonen en twee dochters. De relatie met zijn stiefmoeder zal voor Cornelis junior altijd problematisch blijven. "Hij heeft er boeken over vol geschreven", aldus De Gids. "Hij probeerde zijn traumatische jeugd van zich af te schrijven." 

Doordat Cornelis Jamin junior over zijn jonge jaren schrijft, wordt ook meer bekend over de beginjaren van het bedrijf Jamin. Historicus De Gids: "Het is een onontdekt stuk van de historie van Jamin. Hoe gekleurd het ook is, het is de perfecte aanvulling op wat er over Jamin geschreven is na de Tweede Wereldoorlog."

Jamin in Jaarboekje 2020

De Gids heeft voor het Rotterdams Jaarboekje 2020 een artikel geschreven over Cornelis Jamin junior, gebaseerd op de autobiografie. Het allereerste jaarboekje van Rotterdam verscheen in 1888. Jaarlijks komt er een jaarboekje uit met daarin onder meer een overzicht van de bijzondere gebeurtenissen in de stad, historische artikelen artikelen en nieuwe straatnamen. 

Het Jaarboekje is niet te koop in de boekhandel, maar leden van het Historisch Genootschap Roterodamum krijgen het elk jaar gratis bij het lidmaatschap. Roterodamum en het Stadsarchief Rotterdam geven het boekje uit.

Voorzitter Ton Wesselink van Roterodamum: "Als je al die boekjes doorleest, zijn al die jaren zijn bijzonder. Er gebeurt zoveel in een stad als Rotterdam. Het is goed om dit als naslag te hebben." 


Terug naar Cornelis Jamin junior, die al op jonge leeftijd 'de Rotterdamse kermis' zoals hij het noemt verlaat. Junior is ingenieur en heeft meer belangstelling voor techniek. Als hij begin twintigste eeuw weer bij zijn vader en broers in de zaak gaat werken, vindt hij een fondant-oplosmachine  uit. "Waar je eerst zestien personen nodig had, had je er nu nog maar twee per dag nodig", weet Maarten de Gids. "Dat was economisch gezien voor zijn vader aantrekkelijk." 

Zakenrelaties krijgen er lucht van en zij willen de machine ook hebben. Daarna heeft Jamin tien jaar lang die machine geproduceerd en geëxporteerd. Junior vindt dat vreemd, blijkt uit zijn autobiografie. "Hij zei tegen z'n vader dat ze toch geen machinefabriek waren. Maar zijn vader zag alleen maar dollartekens", aldus De Gids. "Het wordt zeer gedetailleerd beschreven." 

Uitvinder van klokken

Cornelis Jamin senior sterft in 1907. Vijf jaar lang staat Cor junior samen met zijn jongere broers Louis, Pierre en Harry aan het roer. Op 1 januari 1913 treedt Cornelis Jamin junior uit de dan florerende zaak en wordt op 36-jarige leeftijd rentenier. 

Hij verhuist naar Duitsland maar komt in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) terug naar Rotterdam. Samen met zijn vrouw woont hij dan aan de Heemraadssingel 244.

Na de oorlog reizen Cornelis junior en zijn vrouw veel. Cornelis blijft uitvinden. Zo maakt hij bijvoorbeeld klokken. Hij weet zelfs zijn patent voor een elektrische klok te verkopen. 

Maarten de Gids: "In die tijd had je twee soort elektrische klokken. De versie die hij niet gemaakt heeft, is de standaard geworden. Als je nu een Jamin-klok hebt, dan heb je iets kostbaars. Ze zijn er nog, je komt ze nog wel eens op veilingen tegen." 

Het Jaarboekje van Rotterdam 2020 met het uitgebreide artikel over Cornelis Jamin junior verschijnt in december. 

Deel dit artikel: