Maritiem Museum worstelt met koloniaal verleden

Hoe vertel je als Maritiem Museum een compleet verhaal, met meerdere perspectieven? Voor een museum waar overwegend witte mannen lange tijd de grote helden waren, lijkt dat best een uitdaging. Maar doorgaan op dezelfde weg kan niet meer, vindt conservator Irene Jacobs. "Het schuurt nu teveel."

De nieuwe tentoonstelling Maritieme Meesterwerken vormt de directe aanleiding voor dit vraagstuk. Vanaf 12 februari presenteert het museum, samen met Boijmans van Beuningen, zes eeuwen maritieme schilderkunst. Een deel van de werken toont het Nederlandse perspectief van die tijd, maar houdt geen rekening met andere inzichten uit de samenleving.

Jacobs: "De pracht en praal en het heldendom: dat mag er zijn. Maar het houdt onvoldoende rekening met de andere kant. Zo laat een krachtig portret van Witte de With niet zien dat hij ook een gewelddadige man was. En dat hij betrokken was bij de moord op de bewoners van Ambon en de verwoesting van hun kruidnagelbomen in 1625."

Mening van publiek

En daarom gaat het museum de dialoog aan, met bezoekers en deskundigen. Eerder al werd het publiek gevraagd haar mening te geven over enkele kunstwerken, die op de website en aan de Blaakzijde van het Maritiem Museum werden getoond. Er was een schilderij te zien van een VOC-schip dat terugkeert uit Azië, naast een imposant doek van de Slag om de Sont in 1658 en een staatsieportret van de echtgenote van Witte de With.

Een paar publieksreacties werden vandaag voorgelegd aan een panel, tijdens een digitale bijeenkomst onder leiding van schrijver Abdelkader Benali. Zo wilde een bezoeker graag meer weten over de historische context van de daden van Witte de With op de Molukken.

Maar hoe verwerk je het slavernijverleden in een tentoonstelling over meesterwerken, vroeg de moderator aan cultuurhistoricus Nancy Jouwe, die "Do antwoordde: "Door niet bang voor discussie te zijn. Heb moed. Bezoekers lopen heus niet weg als je ook een ander geluid laat horen. Maar heb het niet over de 'donkere kant uit het verleden'. Dat ligt te gevoelig."

Historicus Alex van Stipriaan vond de titel van de tentoonstelling ongelukkig gekozen. "Met een titel als Maritieme Meesterwerken verwijs je niet alleen naar de artistieke kwaliteit van de werken, maar ook naar de maritieme successen. En daarmee zet je als museum meteen een denkrichting in."

Knuppel in het hoenderhok

Musea vinden het moeilijk om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Maar wil je een museum voor alle Rotterdammers zijn, dan moet je wel, stelde sociaal-antropoloog Francio Guadeloupe. "Het transculturele erfgoed mag niet in de centrale boodschap ontbreken."

Het Mauritshuis heeft daar al ervaring in, vertelde conservator Lea van der Vinde van dit Haagse museum. "We zijn de dialoog aangegaan, hebben mensen met een verschillende achtergrond hun eigen verhaal laten vertellen. Bij de toelichting van schilderijen staan geen institutionele teksten van het museum meer, maar het persoonlijk verhaal van bezoekers. Dat kan schokkend zijn, maar geschiedenis is geen mooi sprookje."

Het bezorgde het Mauritshuis in ieder geval meer bezoekers en een breder publiek, bleek uit eigen onderzoek. Het leverde ook negatieve reacties op van mensen die hun museum niet meer terug herkenden. En toch is het goed dat musea zichzelf opnieuw uitvinden, stelde Francio Guadeloupe. "Het is een revolutionaire tijd. We zijn de onschuld voorbij."

Tips werden er ook aangedragen, om het Maritiem Museum te helpen vernieuwen: 'kijk naar het licht, de sfeer en de vormgeving van het gebouw. Is de eigen organisatie een afspiegeling van de samenleving? En de website: ben je ervan bewust wat bepaalde foto's kunnen uitstralen?'

Conservator Irene Jacobs was blij met alle reacties, vertelde ze na afloop. De titel van de tentoonstelling Maritieme Meesterwerken is volgens haar niet meer aan te passen. "Maar ik ga kijken wat nog wel kan."

Deel dit artikel: