Gerard Ouweneel (83) reist de wereld over om vogels te tellen

Zeventig jaar kijkt de inmiddels 83-jarige Gerard Ouweneel al naar vogels. In zijn nieuwe boek 'Vogelaars zijn romantici' staan zeventig verhalen over zijn vogelavonturen dicht bij huis en ver weg. Door de coronacrisis moest het vogelen dit jaar vooral gebeuren vanuit huis in de Vogelbuurt in Maasdam.

"Als Rotterdammer ben ik een halve eeuw geleden in de Hoeksche Waard gaan wonen om de vogels daar. Ik woon in de Lijster, een fijn beest. In deze buurt hebben straten ook namen als Roodborst en Grutto. Allemaal vogels die hier voorkomen", vertelt Ouweneel.

De straat waar Gerard Ouweneel woont in Maasdam. De tekst gaat verder onder de foto:

Afbeelding

In het boek vertelt Ouweneel ook over zijn moeder, die dol was op het roodborstje. "Ze was een romantische geest. Elk jaar zei ze met stemverheffing dat het roodborstje terug was. Mijn moeder dacht altijd dat dit hetzelfde roodborstje was.".  lacht de Rotterdammer.

Waar zijn de spreeuwen?


Vogels spelen een prominente rol in zijn leven. Logisch is ook dat Ouweneel meedoet aan de jaarrond  Tuintelling, waarbij hij de vogels telt die hij in zijn buurt spot. Iets wat mensen al vanaf hun balkon kunnen doen, benadrukt Ouweneel.

Hij merkt dat bepaalde vogelsoorten in de loop der jaren zijn verdwenen, zoals de spreeuw.  "Ik kom er zelden meer, maar in Rotterdam-Zuid (waar Ouweneel is opgegroeid, red.) zie je geen spreeuwen meer." Hij benadrukt dat er nog wel spreeuwen zijn. "Maar wij krijgen ze hier niet meer in de tuinen."

Heimwee naar De Beer


Ouweneel is één van de weinige mensen die natuurgebied De Beer nog heeft meegemaakt. Het voormalige vogelgebied aan de Noordzee heeft in de loop der jaren plaats moeten maken voor de haven. Ouweneel baalt daar stevig van.

"Daar lag onze graal. Het was een zeer milieu-dynamisch landschap. Er waren fantastische vogels en er was veel te beleven", vertelt Ouweneel. "Als het enigszins kon, fietsten we de Groene Kruisweg af en gingen we - illegaal - De Beer op."

De Beer is volgens Ouweneel rond 1960 'geliquideerd'. "Daar kwam het wel op neer. Rotterdam begon eigenlijk al voor de Tweede Wereldoorlog met zijn expansie, door een deel van IJsselmonde te annexeren om er raffinaderijen en havens te vestigen." Na de oorlog rukte de industrie op naar het westen, waarna De Beer uiteindelijk verdwenen is. Voor Ouweneel een teleurstelling. 

"Natuurlijk was het slikken. Aan de andere kant zat in Nederland een spirit van vooruitgang, dat het beter moest. Het is wonderbaarlijk hoe ongelofelijk geruisloos het kon gebeuren, maar indirect was het verdwijnen van De Beer toch een hefboom om beter te letten op de natuur die nog resteerde", vindt Ouweneel.

Deel dit artikel: