Bedrag verlaagd, maar Chemours moet alsnog 9 ton betalen

Het Dordtse chemiebedrijf Chemours moet niet bijna 1,8 miljoen euro aan boetes betalen, maar de helft (875 duizend) wegens het lozen van afvalwater waarin de stof PFOA zat. Dat heeft de rechter onlangs beslist.

De Haagse rechtbank halveert de boetes, opgelegd door de provincie Zuid-Holland, om meerdere redenen. Zo vindt ze dat Chemours niet volledig kan worden verweten dat na 2013 - ondanks maatregelen en onderzoek - toch nog PFOA in het afvalwater werd aangetroffen. Dat werd ontdekt omdat de Milieudienst Rijnmond DCMR met een nieuwe methode ook kleinere hoeveelheden van de stof in het water kon vinden. Pas daarna kon Chemours handelen, aldus de rechtbank.

De rechtbank oordeelt na het lezen van de stukken dat Chemours niet moedwillig dwars lag door naar de rechter te stappen als de provincie Zuid-Holland als vergunningverstrekker met eisen kwam. Naar de rechter stappen is ook een recht, schrijft de rechtbank in het vonnis.

Tot slot vindt de rechtbank dat een hogere dwangsom niet de juiste maatregel was om Chemours tot handelen te dwingen. Beter was het geweest om met het bedrijf in overleg te gaan. Tegen het besluit van de rechtbank is nog hoger beroep mogelijk.


Ook heeft de provincie Zuid-Holland bekendgemaakt dat het Chemours en moederbedrijf DuPont aansprakelijk stelt voor eventuele schade die voortvloeit uit de verontreiniging door PFOA en andere stoffen. Vorig jaar deden de gemeenten Papendrecht, Sliedrecht, Molenlanden en Dordrecht dat al.

Deel dit artikel: