Rotterdamse drillrap niet zonder gevaar, maar leidt zelden echt tot geweld

Hoewel geweld een grote rol speelt in drillrap, is er in weinig Rotterdamse gevallen ook echt een link tussen de muziek en daadwerkelijke geweldsincidenten. Dat stellen criminologen Robby Roks en Jeroen van den Broek van de Erasmus Universiteit na onderzoek. Het te snel en te makkelijk verbinden van drillrap aan geweld verhindert een goed en volledig beeld hierover, vinden de onderzoekers.

Roks en Van den Broek onderzochten verschillende sociale mediaplatformen en 56 politieregistraties van 2018 en 2019. In slechts één van de gevallen, de steekpartij in Scheveningen waarbij een 19-jarige Rotterdammer afgelopen zomer om het leven kwam, is een link met drillrap te leggen. "Niet zozeer omdat uit deze registratie blijkt dat drill een rol speelt, maar omdat een van de betrokkenen op basis van andere bronnen een bekende driller blijkt", zeggen de onderzoekers. 

Het geweld waar Rotterdamse drillrappers bij betrokken zijn, beperkt vooral zich tot de drillmuziek en de communicatie op sociale media. Dat is niet zonder risico, stellen de onderzoekers.

Sociale media werken namelijk als een vliegwiel, waarbij gevaarlijke en gewelddadige poses in muziek en sociale media wel kúnnen resulteren in fysiek geweld. "Ben je wel zo gevaarlijk als je doet voorkomen in je clips? Dit is zeker een gevaar wanneer de ruziënde partijen elkaar fysiek treffen, maar in veel gevallen komt het niet zo ver."

De drillmuziek tussen verschillende steden en zelfs binnen steden verschilt. Dé 'drillmuziek' bestaat volgens de criminologen dus niet. Het gaat van een agressieve variant met onheilspellende beats, tot salsadrill met een vriendelijkere toon. Ook de mate van geweld verschilt: van het claimen van een gewelddadig imago tot het uiten van expliciete bedreigingen. 

Dat er heftige dingen zijn gebeurd tussen drillrappers, zoals het geval was bij de steekpartij in Scheveningen, hoeft niet te betekenen dat drill het probleem is. "Als het niet drill was geweest, dan was het wel een andere uitingsvorm die past binnen de bredere straatcultuur”, aldus Robby Roks.

Tekst gaat verder onder de video

Social media

Een oude aanname is dat rap leidt tot dodelijk geweld. Maar wat nu anders is ten opzichte van de jaren '90, is de combinatie met sociale media. Zo escaleert een conflict via social media en bouwt zich daar op, onder drillers en het online publiek. De gevallen die daadwerkelijk tot een fysiek incident hebben geleid, waren dan ook te volgen of soms zelfs aangekondigd via sociale media. 
Bang om gepakt te worden, zijn ze kennelijk niet. "Ze posten allerlei zaken, zoals bedreigingen, namelijk gewoon openbaar online", zegt Van den Broek. 

Oplossingen

Van den Broek vindt dat meer professionals op de 'digitale straat' aanwezig moeten zijn om het probleem preventief aan te pakken. Daarnaast worden geweldsincidenten te snel aan drillrap gekoppeld, waardoor er vaak geen goed en volledig beeld is van een incident. 

"Ook als er drillers bij geweldsincidenten betrokken zijn, is het belangrijk om te kijken naar de aanleiding van dit soort conflicten en niet te snel genoegen te nemen met de verklaring dat het dan wel door de muziek zal komen. Dit soort geweldsincidenten vinden al langer plaats onder bepaalde groepen jongeren en in bepaalde wijken. Wil je dit voorkomen dan moet je iets doen aan de problematiek daar”, zegt Roks. 

Stoerdoenerij of strafbaar gedrag?

De onderzoekers stellen dat stoerdoenerij onderscheiden moet worden van strafbaar gedrag. De uitingen die de drillrappers doen, zijn namelijk in veel gevallen niet verboden. "Dit is uiteraard volledig anders voor strafbare zaken, zoals het overbrengen van bedreigingen, het aanzetten tot geweld en het vertonen van wapens."

Drill moet volgens hen niet als geheel gecriminaliseerd worden, maar de politie moet helder hebben welke zaken wel en niet strafbaar zijn en dit delen met de jongeren. Bij daadwerkelijk strafbaar gedrag moet daar dan ook adequaat op gereageerd worden. 

"Bovendien kan van de zichtbare aanwezigheid van de politie op zichzelf een preventief effect uitgaan", stellen zij. "Op basis van ons onderzoek lijkt het alsof er op dit moment online nog onvoldoende wordt gehandhaafd."

De criminologen benadrukken dat in dit onderzoek de situatie in Rotterdam centraal staat. Pas als ingezoomd wordt op een lokale situatie, wordt duidelijk hoe de plaatselijke scene er daadwerkelijk uitziet. Bij een integrale aanpak moet daar dus rekening mee gehouden worden. 

Inzicht geven

De criminologen hopen met het onderzoek ook mensen die veel met jongeren werken, inzicht te geven over de (online) straatcultuur en plaatselijke drillrap. Zij kunnen op hun beurt jongeren bewust maken van de risico's van hun online gedrag en het vergroten van hun weerbaarheid. 

De criminologen gaan in een vervolgonderzoek meer inzoomen op de jongeren zelf. Hun interpretatie van drillrap en geweld in het algemeen worden daarin bekeken. 

Deel dit artikel: