ARCHIEF RIJNMOND 20 december 2020 - Slechte dingen

Afgelopen week heeft mijn geweten mij in de steek gelaten. Mijn geweten wat betreft gezond eten.

Om gezond te eten moet ik echt een beetje mijn best doen.
In mij huist een gruwelijke vuilnisbak. Ik vind bijna alles lekker, zeker als het vet of zoet is, of deegrijk, en ik geloof dat ik in staat ben om mezelf dood te eten. Mateloosheid is ‘my middle name’, zogezegd.

Mijn vrouw fungeert wat voeding betreft een beetje als mijn externe geweten.

Jaren geleden hebben we samen besloten om over te gaan op het eetpatroon van de zogeheten Voedselzandloper, een gezond eetpatroon gebaseerd op allerlei wetenschappelijk inzichten. Wat onder meer inhoudt: zo min mogelijk suiker, koolhydraten en rood vlees. Wel: groente, vis, zwarte chocola en noten.

Vlees aten we sowieso al nauwelijks meer, dus dat was makkelijk. En de rest is mede dankzij de geweldige kookkunsten van mijn vrouw ook heel goed te doen gebleken.

Alleen: we hadden ons voorgenomen dat het geen orthodox geloof moest worden, dat eten volgens de Voedselzandloper. Je moet van jezelf geen hogedrukpan van leefregels maken. Er moet ook een ventiel zijn. Dus zo af en toe een patatje, een ijsje of een koekje bij de thee moest nog steeds kunnen.

Probleem daarbij is wel om de uitzonderingen ook echt uitzonderingen te laten blijven.

In al die jaren van ons gezondere eetpatroon hebben we meerdere periodes gehad dat het toch weer een beetje uit de hand liep. Met ons allebei. Dan zat er bij de boodschappen toch weer een zak chips of moest ik tussendoor even bij de snoepwinkel een mega reep melkchocola scoren. Na een radio-uitzending heb ik me ook bij herhaling bezondigd aan een pak boterkoek. Dat ik dan binnen tien minuten had weggewerkt.

Maar zo erg als daarvóór is het niet meer geworden. Er zijn jaren geweest dat ik rustig drie keer in de week tussendoor een heel pak speculaas weg sopte in de thee, en me op andere dagen vergreep aan de country cookies.

Inmiddels leef ik culinair gesproken met één hand aan de rem. En dat is doorgaans de hand van mijn vrouw. Zij is meestal de verstandigste van ons tweeën. Zij bedenkt al gauw alternatieven voor ongezonde uitspattingen.

Maar vorig weekend hebben we elkaars slechte fantasieën ernstig zitten voeden.

Het was zaterdag, eind van de middag, en op de een of andere manier zat ik helemaal stuk. En had ik het idee dat ik me met eten van dat rotgevoel zou kunnen bevrijden. Maar ja, om op zaterdagmiddag de supermarkt in te gaan in deze coronatijden? Beter van niet.

Dus begonnen we samen maar allemaal slechte dingen op te noemen die we anders hadden kunnen halen. Ik dacht aan iets romigs. Vanillevla, met veel slagroom. ‘Een advocaatje,’ opperde mijn vrouw. Ik kwam met een likeurtje. ‘Tiramisu,’ kraaiden we samen uit. ‘Of een appeltaartje,’ bracht mijn vrouw in.

Langzaamaan kwamen onze fantasieën tot een hoogtepunt, om vervolgens als een soufflé in te ploffen.
We hebben toch maar gewoon gezond gegeten.

Maar ja, bij mij was een zaadje geplant. Zo werkt dat vaak bij mij. Dan heb ik heel sterk bepaald eten gevisualiseerd, en die visualisatie gaat pas weg als ik dat eten naar binnen heb gewerkt.

Op zondag had ik uitzending, aansluitend zou ik bij iemand grammofoonplaten gaan halen, daartussen moest ik toch echt even eten.

Bij de supermarkt om de hoek bij Rijnmond heb ik een appeltaartje gehaald en een bus slagroom en daarmee heb ik - in mijn eentje - in de auto een feestje zitten vieren. Een half appeltaartje, bedolven onder vele lagen kronkelend wit genot.

Met de andere helft plus de rest van de slagroom zou ik later die middag mijn vrouw wel verrassen. Misschien ook wel om haar als het ware medeplichtig te maken. Om elk commentaar van mijn externe geweten in de kiem te smoren. Niet dat ze daar intrapt, weet ik inmiddels. Ze heeft me altijd meteen door. Maar toch.

Eenmaal thuis presenteerde ik - tadaa! - het halve taartje en de bus slagroom. Tot werkelijk enorme verbazing van mijn vrouw. ‘Ga mee naar de keuken,’ zei ze. Ik dacht: goed idee, dan pakken we bordjes en vorkjes om de rest samen soldaat te maken.

Maar wat stond er op het aanrecht in de keuken?
Precies zo’n appeltaartje met daarnaast een bus slagroom.

Mijn externe geweten was ook naar de supermarkt geweest.


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

ETEN
2. Ik lus geen kaas - De Ideale Maten          
3. All-you-can-eat-restaurant - Roland Vonk
4. Culinair advies - Roland Vonk
5. Olifant - Kees Verhaar

KERST
6. Het mooiste geschenk - Mike Boddé & Babette van Veen        
7. Hoog bezoek - Erik van Muiswinkel
8. Vrolijk kerstfeest - Ivo Stuivenberg
9. Het komt goed - Naar de haaien
10. Naar de haaien - Dave von Raven
11. Ding-Dong - The Dashboard Danglers

JAN ROT
Gesprek met Jan Rot naar aanleiding van zijn boek ‘121 van de beste liedjes ooit’.
12. Paper doll - The Mills Brothers
13. Plastic pop - Jan Rot
14. Stel dat het zou kunnen - Jan Rot
15. You’ll never walk alone - Christine Johnson
16. Ga door - Jan Rot

17. Never nooit alleen - Rotterdam Unite ’t (Joris Lutz, Jenny van As ea)                        
 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: