Herinneringen aan de Rotterdamse vuurwerkramp in 1945: 'Het was een kakofonie van geluid, herrie en paniek'

Ze zijn het hun hele leven niet vergeten: de angst en de paniek, het geluid en het vluchten. Vier mensen die de vuurwerkramp van 16 augustus 1945 hebben meegemaakt, vertellen hun verhaal.

Het moet een feestelijke dag zijn voor Rotterdam. Enkele maanden na de bevrijding staat er ter afsluiting van de vlootweek een grote vuurwerkshow op het programma. Vanaf een Brits oorlogsschip dat bij de Parkkade op de Nieuw Maas ligt, zal het vuurwerk worden afgestoken. 

Duizenden mensen komen op het vuurwerkfestijn af. Het is een drukte van belang op de kade. Maar het gaat die avond goed mis. Een afgeschoten vuurpijl komt terecht in de voorraad knallers op het dek van het schip. Dan barst het écht los; het vuurwerk schiet alle kanten op en bij het publiek breekt paniek uit. 

Er vallen die avond vijf doden op de kade. Honderden mensen raken gewond. Eén van de dodelijke slachtoffers is de 14-jarige Willem van de Merwe. Zijn broer Fred van de Merwe (1928) reageert op het eerdere bericht van Rijnmond: "Ik kan het me nog heel goed herinneren." Van de Merwe is er zelf ook bij op die avond van 16 augustus 1945. Hij is dan zestien jaar. 

Bea van Strijbos (1931) uit Spijkenisse wil ook haar verhaal delen. Ze is twaalf jaar als ze naar de vuurwerkshow gaat kijken met haar zus. Vanuit Rotterdam-Zuid lopen ze door de Maastunnel naar de Parkkade. Van Strijbos is haar hele leven bang gebleven voor vuurwerk.

Dat geldt ook voor Nelly Horsten (1929) uit Rozenburg. Zij was als jong meisje bij de vuurwerkshow: "Ieder jaar ben ik blij als de jaarwisseling voorbij is en dat ik van het geknal af ben". 

Afbeelding
 Nelly Horsten

Jan Platteschorre (1938) uit Rotterdam is een jochie van zeven jaar in augustus 1945. Hij wil naar het vuurwerk gaan kijken, maar hij mag niet van zijn ouders. Toch heeft hij levendige herinneringen aan die avond. Zijn oudere broers en zus gingen wel naar de Parkkade. 

Midden in de nacht wordt Platteschorre wakker van het gehuil van zijn zus. Eén van z’n broers is niet thuisgekomen. Ze zijn hem kwijtgeraakt in het tumult. Uiteindelijk komt ook de broer thuis: "Z'n kleren zaten helemaal onder het bloed. Hij had zich om een vrouw bekommerd die zwaargewond was." 

Het is inmiddels ruim 75 jaar geleden maar Fred van de Merwe, Nelly Horsten, Bea van Strijbos en Jan Platteschorre zijn het niet vergeten. Zo weet Van de Merwe nog precies hoe het is gegaan op 16 augustus 1945: "Van die dag kan ik me herinneringen dat ik met mijn moeder en vader en m’n jongste broertje Wim, die eigenlijk niet mee wilde, naar het vuurwerk ben gegaan." De ouders en Wim komen vooraan te staan, ze staan dicht bij het schip waar het vuurwerk op wordt afgestoken. 

Afbeelding
Fred van de Merwe

Fred van de Merwe blijft niet bij hen. Hij gaat meer naar achteren, waar een vriend van zijn zus een vrachtwagen heeft geparkeerd. Vanaf die wagen kunnen ze alles goed zien. "Het was immens druk, je kon over de hoofden lopen. Iedereen wilde zo dicht mogelijk bij het vuurwerk staan. Wij stonden hoog, dus we konden het goed zien." 

Net als al die duizenden toeschouwers verheugt Van de Merwe zich op de show: "We hadden in de oorlog alleen maar het vuurwerk van de Duitse kanonnen gehoord. Dit was een heel anders iets." 

Rond 23:00 uur gaat het fout. Van de Merwe vertelt wat er toen gebeurde. "Een kakofonie van geluiden, overal vlogen pijlen heen." Vanaf de vrachtwagen ziet hij hoe de mensenmassa in beweging komt: "als een olievlek zag je de mensen weglopen, over elkaar heen. Het was een akelig gezicht."

Fred van de Merwe vertelt zijn verhaal over 16 augustus 1945.

Bea van Strijbos weet over dat moment nog dat ze een knal hoort en mensen beginnen te gillen: "Mensen gilden en schreeuwden 'wegwezen, vuur, vuur' en wij schrokken ook en zijn weggerend naar de voetgangerstunnel." 

Ook Nelly Horsten beschrijft de chaos van het moment: "Lichtflitsen, knallen, paniek, matrozen die over boord sprongen, mensen die gingen gillen en rennen. Het was een kakofonie van geluid, herrie en paniek." 

Alle drie weten ze veilig uit de mensenmassa te komen. Nelly Horsten staat redelijk achteraan. Zij is met een vriendin en twee buurjongens naar de Parkkade gekomen. "Eén van de jongens kwam op het idee dat je voor vuurwerk niet zo dichtbij hoeft te staan, toen zijn we tegen de afrastering van het stadspark gaan staan. Daar hadden we een heerlijk plekje en konden we het goed volgen." 

De herinneringen van Nelly Horsten aan de vuurwerkramp in Rotterdam.

Ze zien dus ook dat het mis gaat met één van de vuurpijlen: "Wij zagen een pijl omhoog gaan en gelijk een mooie boog naar beneden maken, maar dan heb je nog niet in de gaten dat er iets verkeerd gaat. Totdat op hetzelfde moment de boel ontploft en je de knallen, de kleuren ineens voor je ziet." 

Nelly Horsten en haar drie vrienden zijn verbijsterd en blijven als verlamd staan. "De chaos onder ons hebben we voorbij zien gaan. Toen het wat rustiger werd zijn we naar huis gegaan, maar vraag me niet hoe, want daar weet ik niks meer van." 

In achterhoofd geraakt 

Fred van de Merwe gaat ook naar huis. "We waren goed en wel thuis toen de politie voor de deur stond of we mee wilden gaan naar het Diaconessenziekenhuis, want daar lag mijn broertje, zwaar gewond", vertelt hij. De 14-jarige Wim van de Merwe is in zijn achterhoofd geraakt. 

"Naar wat ik gehoord heb moeten er ook patronen geploft hebben, want een huls is in zijn achterhoofd terechtgekomen en die heeft z'n hersenen helemaal erin in geslagen. Die kwamen zo door z’n neus naar buiten."

Wim is niet meer te redden. De familie blijft bij hem. "We hebben gewoon gewacht tot hij overleed. Hij heeft niks meer kunnen zeggen", weet Van de Merwe nog. De volgende ochtend is zijn jongere broertje overleden. 

Hij wordt, net als de andere vier dodelijke slachtoffers, begraven op begraafplaats Crooswijk. De Britse marine stuurt een bloemstuk en een condoleancebrief naar het gezin Van de Merwe. Fred van de Merwe heeft de brief nog altijd in zijn bezit. 

De condoleancebrief van de Britse marine.

Afbeelding

Bea van Strijbos weet op tijd weg te komen uit de drukte en rent met haar vijf jaar oudere zus naar huis. Pas de volgende dag lezen ze in de krant dat er doden zijn gevallen. "Dan dringt pas tot je door dat je er heel goed vanaf gekomen bent", zegt ze. 

Als ze jaren later haar man leert kennen en vertelt dat ze bang is van vuurwerk vanwege de gebeurtenissen op de Parkkade, blijkt dat ook hij daar is geweest. "Mijn man was bij de zeeverkenners en stond helemaal vooraan om de mensen tegen te houden", vertelt Van Strijbos. Ze is onder de indruk van zijn verhaal. 

Afbeelding
 Bea van Strijbos

Hij vertelt haar dat hij naar een man toe is gegaan die op de grond lag, omdat hij de man wil helpen en z’n kraagje los wil maken. Een hoge officier zegt hem dan: "Laat maar, hij is al dood." 

Bea van Strijbos vertelt haar herinnering aan de avond van 16 augustus 1945.

Ook de broer van Jan Platteschorre biedt hulp aan in de chaos. Het gezin woont op een schip dat ligt afgemeerd bij de werf van Piet Smit aan de Stadionweg. "Uren later kwam m'n broer aan boord. Z’n kleren zaten helemaal onder het bloed en toen kwamen de verhalen los. Ik weet niet of die mevrouw die m’n broer geholpen heeft, het heeft gehaald, ze was ernstig gewond." 

Luister hier naar de herinneringen van Jan Platteschorre.

De vuurwerkramp in Rotterdam van 16 augustus 1945 kost dus aan vijf mensen het leven. Naast Willem van de Merwe zijn dat de 31-jarige politieman Jacobus Nijssen, de 24-jarige Neeltje Janna Hoek, Geertje van Kampen van 67 jaar oud en Margaretha de Boer van 34. Negen mensen raken zwaargewond en honderden mensen lopen lichte verwondingen op. 

Het lijkt een ‘vergeten ramp’. In Rotterdam is er niet veel aandacht voor. Er is geen herdenking, geen monument en er wordt niet veel over gesproken. “Het heeft toen wel in de kranten gestaan”, zegt Platteschorre. “Maar zoals het nu gaat met de nieuwsberichten, er hoeft maar iets te gebeuren en iedereen weet het al via z’n mobieltje, zo was het niet.” 

Ook de tijd waarin de ramp is gebeurd, kan een rol spelen. Het was drie maanden na de bevrijding. Platteschorre: “Ik denk eigenlijk ook dat het een beetje komt door de bevrijding, dat de mensen allemaal in een hoerastemming waren en dat dat een beetje op de achtergrond is gebeurd. Dat denk ik tenminste.” 

Afbeelding
Jan Platteschorre 

Van de Merwe beaamt het: "Verder heb ik nooit meer iets gehoord, hoe het allemaal verder gelopen is, het leven ging weer door eigenlijk." Bea van Strijbos heeft een soortgelijke herinnering: "Voor de rest is er natuurlijk heel weinig over gepraat want het was kort na de oorlog en iedereen was met z’n eigen bezig om weer een beetje op gang te komen en weer eten te krijgen. Ik denk dat dat de oorzaak is geweest dat het eigenlijk zo gauw afgesloten werd." 

Nelly Horsten zegt daarover: "Eerlijk gezegd heb ik me daar zelf altijd wel over verbaasd. Een heel enkele keer heb ik stukjes erover gelezen in de Oud Rotterdammer. Verder wordt er heel weinig over gesproken." 

Ze is jaren later getrouwd met één van de buurjongens met wie ze naar de vuurwerkshow is gegaan. Zij en haar man hebben nooit meer van vuurwerk kunnen genieten. 

In het programma 'De Verdieping' vertelde Marcia Tap uitgebreid over de 'vergeten' vuurwerkramp, waarin ook de gesprekken met getuigen en nabestaanden te horen zijn. 'De Verdieping' is iedere vrijdagavond om 18:00 uur te horen op Radio Rijnmond, of 24/7 via de podcast. Abonneer je op 'De Verdieping met Ruud de Boer' via een van onderstaande podcastplatforms:

Deel dit artikel: