Gevluchte docenten uit Turkije en Syrië maken doorstart op Rotterdamse scholen: 'Dit is voor mij de uitgelezen kans'

Het enthousiasme straalt van hun gezichten bij het idee dat ze over anderhalf jaar weer hun geliefde beroep kunnen uitoefenen. Dit keer wordt dat op een middelbare school in Rotterdam. Voorheen stonden ze als wiskunde of natuurkunde docent voor de klas in Turkije of Syrië. Maar ze moesten op de vlucht. De één vanwege de burgeroorlog in Syrië, de ander vanwege de woelige tijden die volgden op de mislukte staatsgreep in Turkije in 2016. Hun droom is weer lesgeven. Daarvoor moeten ze eerst terug de schoolbanken in.

Veertien gevluchte docenten nemen deel aan het leer-werktraject 'Statushouders voor de klas in Rotterdam'. De 43-jarige Ayla is één van hen en de eerste schooldag noemt zij een hele mooie dag. "Mijn taalniveau is niet goed genoeg. Dit is voor mij de uitgelezen kans om als docent natuurkunde aan de slag te gaan en mijn taal te verbeteren", vertelt ze. Ze verstaat en spreekt al een aardig woordje Nederlands, maar dat is nog niet het vereiste niveau van een docent. Dat geldt ook voor de eveneens 43-jarige Kürsat. "Ik vind het heel spannend de eerste schooldag. Ik wil graag als docent werken", vertelt hij. 

Afbeelding
 De 43-jarige Kürsat, docent natuurkunde.

Op de vlucht als docent natuurkunde

Ayla heeft negentien jaar ervaring als docent natuurkunde en Kürsat zeventien jaar. Ze willen niet veel kwijt over hun vluchtverhaal uit Turkije. Ze willen vooral vooruitkijken. Het enige wat Ayla wil vertellen is dat van de ene op de andere dag de school waarop zij werkte, werd gesloten. Datzelfde gebeurde met de school van haar kinderen en de universiteit waar haar man werkte.

Nu zijn ze een paar jaar in Nederland en kriebelt het onderwijsbloed. "Met dit project kunnen we straks stevig in onze schoenen voor de klas staan", zegt Ayla. Ze heeft met beide handen deze kans aangegrepen. 

Afbeelding
 De 43-jarige Ayla, docent natuurkunde.

Het komende halfjaar krijgen de gevluchte docenten intensieve taallessen, ook in hun vaktaal. Daarnaast worden ze wegwijs gemaakt in het Nederlandse onderwijssysteem en gaan ze op snuffelstage. Na de zomer begint de echte stage op een middelbare school. "Het is een traject van anderhalf jaar en ze krijgen genoeg tijd om zich te ontwikkelen in de Nederlandse taal", vertelt Marleen Braat van de Hogeschool Rotterdam. Ook de pedagogische vaardigheden worden opgefrist. 

Gevluchte docenten verkleinen lerarentekort

Op de Rotterdamse scholen is er een tekort aan docenten in de exacte vakken en de gevluchte docenten zijn zo goed als zeker van een baan. "Het mes snijdt inderdaad aan twee kanten", beaamt Marleen Braat van de Hogeschool Rotterdam. Dat bewijzen ook dezelfde projecten in drie andere steden waar deelnemers al met succes het traject hebben afgerond en aan de slag zijn als docent. 

Ayla en Kürsat staan al te trappelen om een doorstart te maken. "Ik wil graag iets goeds doen voor Nederland en mezelf. Het is mijn passie als ik mijn leerlingen zie stralen. Dat geeft mij voldoening", zegt de 43-jarige Ayla. Collega Kürsat kijkt ook al uit naar het natuurkunde-lab waar hij samen met leerlingen proefjes kan uitvoeren. "Nieuwsgierige experimenten doen met studenten, ja leuk", lacht hij. 

"Ik wil graag iets goeds doen voor Nederland en mezelf."
Natuurkunde-docent Ayla

Het project Statushouders voor de klas is een samenwerking tussen de gemeente Rotterdam, het LMC voortgezet onderwijs, de Hogeschool Rotterdam en de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. Eerder zijn er in vier andere regio's vergelijkbare initiatieven gestart samen met het UAF.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam Onderwijs
Deel dit artikel: