ARCHIEF RIJNMOND 21 feb 2020 - Decorum

Afgelopen week heb ik het opgegeven. Ik ben gecapituleerd. En dat op het vlak van wat je ‘decorum’ zou kunnen noemen. Mijn zogenaamde ‘uiterlijke waardigheid’. Hoe ik eruit zie.

Hoe ik eruit zie, dat was toch al iets waar ik weinig om gaf. En ik dacht dat ik de bodem wel zo’n beetje had bereikt, maar daar blijkt dus toch nog iets ónder te zitten. De lat kon blijkbaar nog lager. En dat heeft indirect te maken met het hele corona-gedoe.

Voor heel wat Nederlanders is ‘thuiswerken’ een betrekkelijk nieuw fenomeen, ik zelf doe al bijna veertig jaar weinig anders. Al vanaf het moment dat ik iets in de media ben gaan doen heb ik dat grotendeels vanuit huis gedaan. Met alle gevolgen van dien.

Nieuwbakken thuiswerkers wordt aangeraden om zichzelf een zekere structuur op te leggen. Om een zeker thuisregiem aan te houden. Ook al hoef je nergens heen: sta toch op tijd op, ga onder de douche en kleed je aan. Pas daarna zet je je aan je bureau.

Een goede tip, zeker. Al moet ik bekennen dat ik me er zelf de afgelopen veertig jaar bepaald niet altijd aan heb gehouden. Vroeg wakker ben ik uit mezelf, maar douchen? Als je geen afspraak buiten de deur hebt, is de noodzaak daartoe niet heel groot. Er zijn heel wat dagen voorbijgegaan waarop ik geen douche heb gezien. In het begin van de lock-down vorig jaar sprak ik helemaal nauwelijks met iemand af, en toen hebben zich geregeld meerdere ongewassen dagen aan elkaar geregen. Het maximum ligt geloof ik op vier.

Mijn eigen reukvermogen is niet groot, maar als mijn vrouw naast mij gaat staan sniffen weet ik dat het hoog tijd is om mijn oude zweet weer eens weg te spoelen met warm water.
Jeuk beschouw ik ook wel als een signaal.

Al lang voor de huidige pandemie heb ik ook weleens een paar jaar mijn haren niet gekamd.
Dat doe ik inmiddels weer wél, althans na het douchen. Dat is nu ook wel zo handig met de bos die zich aan het vormen is in dit kapperloze tijdperk.

Ja, en nu alweer jaren kam ik geregeld mijn nogal borstelig uitgevallen wenkbrauwen. Ze gaan anders echt voor mijn ogen hangen.

Om kleding geef ik weinig. Of misschien tóch, maar dan in negatieve zin. Kleding zit me gauw in de weg. Het hoogst haalbare bij kleding is wat mij betreft dat ik er geen last van heb.
Vooral bij broeken luistert dat nauw. Een nieuwe broek ervaar ik meestal als een ramp.

Toch moet ik er binnenkort aan geloven.
De ene na de andere spijkerbroek is de afgelopen maanden op slijtplekken gaan scheuren. Repareren heeft weinig zin. En zo is mijn pantalonnen-garderobe uiteindelijk gereduceerd tot één broek waarin ik me buitenshuis nog kan vertonen. Een beetje nette broek met een sluiting die een ietsiepietse in mijn hangbuik drukt.

Ik ben geloof ik een vrij forse verschijning. Een echte bolle buik heb ik niet, het zit overal, maar ik mag me wel verheugen in een beetje een hangbuikje. Dat is het deel van mijn lichaam waar ik het minst trots op ben. Het is geen gezicht. Mijn gezicht zit gelukkig ook hoger. Maar in een niet heel ruim bemeten broek kan ik die vetkwab nadrukkelijk voelen.

Zoals van de week dus in die laatste min of meer nette broek. Achter je bureau zit je toch een beetje in elkaar gedoken. En ik voelde hoe de knoop van die broek en de gesp van de riem bezig waren om een stevige afdruk te maken in mijn hangbuik.

Moest ik, zo dacht ik na een tijdje, niet eens denken aan een ‘huisbroek’? Een joggingbroek voor huiselijk gebruik. Ik had toch nog wel ergens zo’n ding liggen uit de tijd dat ik geregeld hardliep?

Inderdaad, en daar zijn we nu.
Sinds kort schuifel ik door het huis, tussen de oude grammofoonplaten, soms ongewassen, met ontploft haar, in een oude joggingbroek. Ja, en gestoken in oude sportschoenen vol gaten die ik - al meerdere stadia van decorum-verlies geleden - heb gepromoveerd tot huisschoenen, of sloffen, zo u wilt.

Ooit heb ik voor mezelf de aanduiding Muzikale Voddenman bedacht. Als een soort geuzennaam, alsof ik me vooral bezighoud met muzikale vodden, met lorren van platen.
Inmiddels begint die kwalificatie steeds meer een andere lading te krijgen. De term voddenman gaat steeds meer slaan op mijzelf en op mijn - gebrek aan - decorum.

Binnenkort arriveert per post een nieuwe broek.
Zal mij benieuwen.


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

LENTE-GEVOEL
2. Whistlin’ in the summer - Ocobar & Geert Chatrou
3. Hoera, het is weer lente - Mike Boddé
4. De lente is gekomen - Kees Verhaar

5. Mountainbike - Cornelis Pons

MAAR INTUSSEN
6. Christmas was a friend of mine - Mike Boddé & Fay Lovsky
7. De avondklok - Pau
8. Smile - Bert van Bommel

SONGFESTIVAL
9. Er is toe - De Tunes          
10. Altijd dichterbij - Stephanie Struijk
11. Un jour, un enfant - Loes Luca

12. Tribute to the Stars Spangled Banner - Dick de Graaf
13. Mon ami Martien - Fleur
14. Hand in hand kameraden - Kalimba
 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: