ARCHIEF RIJNMOND 7 maart 2020 - Moord

Afgelopen week heb ik een moord opgelost. Een moord die ik zelf heb gepleegd. Op een muis.

Mijn vrouw en ik kregen al een tijdje nu en dan bezoek van een muis in de zitkamer. En hoe leuk zo’n beestje er ook mag uitzien je wilt gewoon geen muis in huis. Je weet niet wat zo’n dier veroorzaakt, ons hondje wordt er ook nogal onrustig van, en het blijft nooit bij één muis.

Dus: dat beestje moest weg.

Ik heb het op deze plek al eens gehad over de voor- en nadelen  van een muisvriendelijke muizenval, een ding dat de muis alleen vangt en niet doodt. Maar ja, uiteindelijk hebben we toch maar weer de ‘gewone’ dodelijke muizenval van stal gehaald.

Een paar maanden geleden waren we al eens begonnen om die te zetten, met een klein beetje pindakaas erin. We hadden gelezen dat dat een goed lokmiddel is. Maar ja, pindakaas hebben wij verder nooit in huis, en we vinden het wél lekker, dus binnen de kortste keren hadden we die pot zélf leeg gegeten. En liep de muis nog vrolijk rond.

Afgelopen maandag, bij de wekelijkse boodschappen, een nieuwe pot gehaald voor een tweede offensief. Meteen ’s avonds een beetje van de verse pindakaas aan de muizenval gesmeerd en die neergezet in de route die we de muis hadden zien maken.

De volgende ochtend al hadden we een dooie muis.
Meters verder van de plek waar ik de val had neergezet, dus vermoedelijk heeft het diertje in zijn doodsstrijd dat ding nog met zich meegesleurd. Vergeefs.

De aanblik van zo’n dooie muis, van zo’n muis die ik zélf heb vermoord, doet me altijd pijn. Zo’n diertje kan er ook niks aan doen. Met z’n mooie snuitje, z’n snorharen en die ontroerende, nu nutteloos geworden pootjes. Maar ja, je kunt ‘m niet uitleggen dat ie zijn heil beter verderop kan zoeken.

Op zo’n moment realiseer je je ook weer eens hoe verschillend wij met andere levende wezens omspringen. Een paar uur na de ontdekking van mijn met schuld beladen moord op het weerloze muisje trek ik zonder scrupules een blikkie tonijn open. En in de tussentijd heb ik al tien keer onze hond geaaid, Mees, die we beschouwen als een volwaardig lid van ons gezin.

Nou ja, met een hond communiceert het natuurlijk ook iets beter.
Je leert bijvoorbeeld de geluiden van je eigen hond kennen. Uit de manier waarop Mees blaft, kan ik bijvoorbeeld opmaken of de bel is gegaan of dat er iemand in de etalage van de werkruimte van mijn vrouw staat te kijken. In het gepiep van Mees zit ook een heel duidelijke variatie. Er is het zeurende gepiep als het tegen etenstijd loopt en ze trek heeft, of als mijn vrouw en ik tijdens een wandeling naar de zin van Mees iets te lang op een bankje blijven zitten. En er is het echt noodlijdende gepiep als Mees ’s nachts heel nodig moet, bijvoorbeeld doordat ze aan de rees is. Dat geluid herken ik meteen, en dan ga ik - ongeacht het tijdstip - meteen het bed uit voor een nachtelijk rondje Bergsingel.

Van de week hoorde ik Mees ook ’s nachts. In de nacht van maandag op dinsdag. Maar zelfs in mijn halfslaap concludeerde ik al: dit is geen hoge nood. Dit is iets anders. En ik wist ook bijna meteen wát dan. De muis. We hadden vast de muis te pakken, in de zitkamer onder ons.

En toen deed ik iets dat ik mezelf in de loop der jaren heb aangeleerd. Ik keek op het digitale klokje naast ons bed om te zien hoe laat het was.

Al een paar keer heb ik ervaren dat het bij opmerkelijke gebeurtenissen van belang kan zijn om het tijdstip te noteren.

Zo zat ik afgelopen jaar een keer achter mijn bureau te werken ’s avonds laat, toen er van buiten een vreemdsoortig, vuurwerk-achtig geluid klonk. Maar te re-gel-matig voor vuurwerk. Ik keek meteen op de klok. Later bleek op dat tijdstip bij ons om de hoek iemand te zijn geliquideerd.
En een andere keer hoorde ik midden in de nacht glasgerinkel.
De deur van het café bij ons op de hoek was ingegooid. Ik kon later precies zeggen hoe laat het was gebeurd.

En nu dus die ongewoon piepende hond naast het bed.
Ik keek op de wekker en noteerde in gedachten: vermoedelijk tijdstip van overlijden, drie uur achttien.

Waarna ik nog even heb liggen draaien in bed, heen en weer geslingerd tussen de geest van de detective en die van de moordenaar.


EERSTE UUR

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

2. Caribbean Buccaneer - Metropole Orkest
3. Rotterdam - Jules de Corte
4. Delfshaven - Peter Blanker           

PETER BLAKER & IZAK BOOM
Gesprek met Peter Blanker en Izak Boom naar aanleiding van hun cd ‘Van nu af aan’. Aangekleed met:
5. Te gek - Peter Blanker
6. Leuke kreukels - Peter Blanker
7. Hemelruiters - Peter Blanker
8. Op de Schans - Peter Blanker
9. Afscheid van Delfshaven - Peter Blanker
10. De bodem van de zee - Peter Blanker
11. Alle hens aan dek - Peter Blanker

TWEEDE UUR

PETER BLAKER & IZAK BOOM
Vervolg van gesprek met Peter Blanker en Izak Boom naar aanleiding van hun cd ‘Van nu af aan’. Aangkleed met:
1. Alarm - Peter Blanker
2. Egeltje - Peter Blanker
3. De aarde is je vaderland - Peter Blanker
4. Een soldaat - Peter Blanker
5. Van nu af aan - Peter Blanker
6. Late schemering - Peter Blanker
7. Ik hou van jou - Peter Blanker
8. Balans - Peter Blanker
9. Niet ouwehoeren - Peter Blanker
10. Afscheid van Delfshaven - Peter Blanker

DERDE UUR

1. Druk maar op het knoppie en de jukebox gaat - De Fabeltjeskrant
2. Hallelujah - Flip Noorman
3. Square blues - Jazzinvaders & Dr. Lonnie Smith
4. Mon ami Martien - Fleur

SOCIAAL VERLIES
5. Kon ik maar terug - Trio de Gangmakers
6. Zandstraat dood - Lachen in het donker
7. Requiem voor een boer - Cornelis Pons

DRANK
8. De stille zwabber - John Lanting
9. Ach vaderlief, toe drink niet meer - Loes Luca & Pierre van Duijl
10. Wijntje - Marjolein Meijers
 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: