IJsbreker RPA 20 krijgt nieuw leven in Friesland

De laatste ijsbreker van de Rotterdamse haven is vertrokken naar Friesland. De RPA 20 is door de zachte winters van afgelopen jaren in onbruik geraakt. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft hem nu verkocht aan de firma Zijsling en Zonen BV in Jutrijp.

Hij wordt door dit bagger- en bergingsbedrijf ingezet voor alle voorkomende werkzaamheden, vertelt eigenaar Siebo Zijsling. "Bergen, slepen, brandblussen: wat je maar wilt. We zijn gek op oude schepen, en zeker op dit stoere model. We geven hem wel een andere kleur. Ik denk aan rood-zwart, en misschien krijgt hij ook nog wel een andere naam."

Oud-scheepvaartmeester Hans van der Sluijs herinnert zich de komst van de RPA 20 naar Rotterdam nog goed. In maart 1962 kwam hij als jochie in dienst bij het Havenbedrijf Rotterdam. Kort daarna werden vier nieuwe havendienstboten in gebruik genomen: de RPA20, RPA22, RPA23 en RPA24. Ze waren nodig voor het toezicht in de alsmaar groter groeiende Rotterdams haven.

Van der Sluijs: "Ze werden ingezet als havendienstboot en konden branden blussen, gewonden vervoeren en ijs breken. En dat laatste maakte het speciaal, want dat ijs breken komt natuurlijk niet vaak voor." De Maassluizer zat zelf op de RPA 24 in de extreem koude winter van '62-'63. Hij kon als dekknecht meteen met het gloednieuwe schip aan de slag. "We moesten in de Waalhaven door metersdik ijs. Prachtig!"

Afbeelding

Hoop herrie en ellende

Voor het ijs breken werd het achterschip extra verzwaard met ballastwater, zodat het schip een beetje achterover helde. Daardoor kwam de schroef wat dieper te liggen en kon het stevige voorsteven wat hoger over het ijs glijden. "Hij ramde over het ijs heen, dat ging de hele dag door. Een hoop herrie en ellende; de koffiekopjes rammelden van het tafeltje af. Het schip ging heen en weer, alle kanten op. En na afloop, als het ijs weg was, zag het casco zilver."                   

Na verloop van tijd werd deze serie patrouilleboten te klein voor de alsmaar grotere schepen die Rotterdam aandeden. Een renovatie heeft hun levensduur verlengd, maar uiteindelijk zijn ze toch vervangen door nieuwere havendienstboten.

Alleen de RPA 20 bleef nog lang in dienst als reserve-patrouilleboot. De laatste keer dat hij als ijsbreker ingezet werd, was in 2012 om de Delfshavense Schie begaanbaar te maken voor de binnenvaart. En dat is voor het havenbedrijf te weinig om speciaal daarvoor een schip in goede conditie achter de hand te houden.

Gedateerd

Van der Sluijs is er maar wat trots op dat hij al die tijd met de RPA-boten in de haven heeft mogen varen. "We zijn er toch maar de grootste haven van de wereld mee geworden." Toch heeft hij er begrip voor dat ook de laatste ijsbreker de Rotterdamse haven verlaat en elders ingezet gaat worden. Want de RPA 20 is gedateerd, maar hoeft nog lang niet naar de sloop.

"Wel nee," zegt de voormalige schipper. "Het casco is zo stevig, dat slijt voorlopig niet hoor. Dit schip begint gewoon aan een derde leven. Het is al een keer gerenoveerd en nu is hij verkocht aan de Friezen, net als zijn zusje de RPA 24. Samen gaan ze zandbanken op de waddeneilanden egaliseren en worden ze ingezet als duwschip."

Maar wat nu als we weer een strenge winter krijgen? "Dat zal wel loslopen, met de huidige opwarming van de aarde. En anders ligt bij het Maritiem Museum nog wel de Havendienst 2. Misschien dat die nog ingezet kan worden als ijsbreker," lacht de voormalige scheepvaartmeester.
 

Deel dit artikel: