nieuws

Veilingmeester inboedel Fortuyn doet aangifte van bedreiging

ROTTERDAM - De veilingmeester van de inboedel van Pim Fortuyn heeft bij de politie aangifte gedaan omdat hij door Jennifer de Vette en mevrouw Houtzager bedreigd zou zijn. Beide dames zeggen op TV Rijnmond dat ze slechts met spandoeken hebben gedemonstreerd.
Volgens mevrouw Houtzager hebben ze geen strafbare feiten gepleegd: “Er is toch niks strafbaars aan om met een spandoek te staan? We zijn ook niet onder de indruk van de aangifte. Dat doen ze alleen om meer reclame voor de veiling te maken.” Ze doelt op de voor 27 juni geplande veiling van de inboedel van Pim Fortuyn. De collectie, bestaande uit 887 stukken, wordt dan in losse delen geveild.
Beide vrouwen demonstreerden naar eigen zeggen omdat ze willen dat het Palazzo di Pietro, inclusief inboedel, een museum wordt. Volgens hen hebben de eigenaren van het huis, Hans den Hartog en Marinus van Pommeren, in het verleden beloofd dat het een museum zou worden, maar zijn ze nu uit op winstbejag: “Ze hebben zich niet aan hun woord gehouden. Ze hebben de inboedel destijds voor 156.000 euro gekocht. Als ze dan van Harry Mens een bod van vier ton krijgen en dit niet accepteren, kan dat alleen kwade wil zijn.”
De villa van Fortuyn aan het G.W. Burgerplein in Rotterdam is sinds december 2007 in handen van Den Hartog en zijn zakenpartner Marinus van Pommeren. Het duo vestigde een assurantie- en adviesbureau in het pand. Klanten die een verzekering afsloten, kregen een rondleiding en een genummerd certificaat op naam, een bewijs dat ze op die manier bijdroegen aan het behoud van het huis. De belangstelling viel echter tegen. Daarom maakte Den Hartog begin dit jaar bekend dat de inboedel geveild zou worden. Volgens hem was dit nodig om in tijden van de kredietcrisis het hoofd boven water te houden. Eind mei maakten de zakenpartners bekend dat ook het huis zelf verkocht zal worden.