Rotterdams verzet liquideerde 100 mensen

Het Rotterdamse verzet heeft in de oorlogsjaren zeker 100 mensen geliquideerd. Het ging om NSB'ers, of burgers die op andere wijze heulden met de vijand. Maar in een aantal gevallen was niet zo duidelijk waarom zij werden gedood.

De Rotterdamse historicus Albert Oosthoek zet daarom kanttekeningen bij een aantal van die dubieuze wraakacties. Hij schreef het boek Recht op Wraak, waarin 500 slachtoffers van het verzet in heel Nederland worden geportretteerd. “Een goed voorbeeld is de dood van Kitty van der Have”, zegt Oosthoek. “Als vrouw van 25 zat zij zelf bij het verzet maar zij zou een overval op de Duitse Abwehr hebben verraden. Daardoor kon een belangrijke verzetsman worden gedood, Marinus van der Stoep. Maar Kitty van der Have had niet meer gedaan dan een Duitser op wie zij verliefd was geworden te waarschuwen dat hij op de bewuste dag niet op kantoor moest zijn. Helaas voor haar heeft hij dat aan zijn superieuren doorverteld”. Kitty van der Have werd op 5 juni 1945 overvallen en in een badkuip verdronken. “Dat was dus na de oorlog. Het verzet nam het recht in eigen handen, terwijl zij dat aan het bevoegd gezag had moeten overlaten. Deze liquidatie kan je dus een regelrechte moord noemen”. Boerengat Het lichaam van de vrouw werd in een jutezak gestopt. Om identificatie te bemoeilijken werd haar hoofd kaal geschoren. Het stoffelijk overschot werd vervolgens, verzwaard met stenen, in het water van het Boerengat gegooid. Deze binnenhaven in Rotterdam-Kralingen is vaker een dumpplaats geweest voor slachtoffers van liquidaties. Een aantal lijken is nooit teruggevonden. Zoals dat van Kees Bitter, ook al een ex-verzetsman. Oosthoek: “Kees Bitter werd door de SD opgepakt en voor de keuze gesteld: direct worden geëxecuteerd of meewerken met de SD. De tragiek is dat hij voor het laatste koos. Hij heeft vervolgens meerdere verzetsmensen verraden. Toen het aantal begon op te lopen, zag het verzet geen andere weg dan hem uit de weg te ruimen”. Hongersnood In de lijst van meer dan 500 slachtoffers die is opgenomen in Recht op Wraak, valt direct het grote aantal Rotterdammers op. Het verzet was in de Maasstad sterk georganiseerd, wat als verklaring kan gelden. Oosthoek: “Je kan bovendien zeggen dat de situatie aan het eind van de oorlog met name in Rotterdam extreem was. Er was hongersnood, in november was de razzia geweest en de haven was ernstig beschadigd. De haat tegen de Duitse bezetter was daardoor groot”. Leden van het voormalige verzet in Rotterdam spreken niet graag over de liquidaties, zo ondervond Albert Oosthoek. In brieven werd hem op het hart gedrukt niet over dit onderwerp te schrijven omdat het te pijnlijk was. De historicus zette toch door. “Deze leemte in de geschiedschrijving moest worden opgevuld. Je kunt mijn boek zien als een papieren monument voor de slachtoffers, zeker zij die ten onrechte zijn omgebracht”. Foto’s: Omslag van “Recht op Wraak” en het lichaam van Jacobus Tetenburg, die op 24 maart 1945 op de Hoflaan in Rotterdam werd geliquideerd als lid van de NSB en de Ordepolitie.
Deel dit artikel: