nieuws

Mishandeling als enige houvast

ROTTERDAM - Jaarlijks worden in Nederland 100.000 kinderen mishandeld. De slachtoffers zijn voor het leven getekend en kunnen er vaak niet over praten. Victor van Dalen slaagde er pas na zijn 40e in, om alles op een rijtje te krijgen. Zijn pijnlijke levensverhaal is nu in boekvorm verschenen: De Ruïne geheten.
"Vraag mij niet waarom ik al die jaren thuis ben gebleven. Zelfs mishandeld en vernederd worden kan zo vertrouwd zijn, dat je er houvast aan hebt”. Victor bracht zijn jeugd door in het Brabantse Oosterhout. Hij kan zich geen normale, rustige dag herinneren. “Mijn ouders waren altijd gestrest en dronken. Om het minste of geringste hadden we ruzie en dan zat de vla weer tegen het plafond”. Zijn vader sloeg de kinderen dagelijks. Een passage uit
De Ruïne
: “We waren verschrikkelijk bang voor mijn vader en het is een wonder dat hij nooit één van zijn kinderen heeft doodgeslagen, zo ongenadig was het pak slaag dat je van hem kreeg. Alles deed dan zeer. En hij trok je bij je haren over de vloer. Nog heel lang heb ik de geur van het tapijt, waar hij me met mijn gezicht overheen sleurde, in mijn neus gehad. Die geur raakte ik maar niet kwijt, en zelfs in mijn dromen rook ik het”.
Imbeciel
De moeder van Victor mishandelde ook, maar dan geestelijk. “Ze schold je uit voor imbeciel en mongool. Ze vertelde me altijd dat ik niet zou deugen en dat ik als putjesschepper zou eindigen. Als het dan misging in mijn latere leeftijd, dan dacht ik altijd: ‘Zie je wel, ze heeft toch gelijk gekregen’. De woorden die mijn moeder sprak, kwamen misschien nog wel harder aan dan de klappen van mijn vader”. Pas op zijn 22e verlaat Victor de ouderlijke woning. Via een psychiatrische kliniek in Dordrecht komt hij in Rotterdam, in een begeleid wonen-project. Het mislukt en Victor leidt een zwervend bestaan. Een vaste stek zijn de bankjes bij het Eendrachtsplein, waar hij slaapt. “Ik klopte regelmatig aan bij de Pauluskerk, even verderop. Dominee Visser vond ik trouwens een prima vent”. Als hij op een dag over het Binnenwegplein loopt, pakt hij plotseling een stoeptegel en gooit die door een winkelruit. “Het voelde als een bevrijding. Alle frustratie zat erin”. Victor besluit meer misdrijven te bekennen, die hij in het geheel niet heeft begaan. Een schreeuw om aandacht. “Ik heb zelfs een inbraak bij Ruud Lubbers in Kralingen opgebiecht, terwijl daar nooit is ingebroken. De rechter heeft het allemaal geloofd en ik kreeg 20 maanden cel”.
Evangelische wereld
In de gevangenis krijgt hij opnieuw niet de hulp die hij zoekt en hij doet een zelfmoordpoging. Hij komt er ook in contact met de evangelische wereld. In
De Ruïne
wordt langdurig de moeizame relatie beschreven die Victor van Dalen heeft gehad met de christelijke hulpverleners. “Ik was op zoek naar rust, naar een veilige haven. Maar zij wilden alleen dat ik mijn leven aan Jezus gaf, dan kwam het wel in orde. Maar het werd alleen maar erger”. Rust en steun krijgt hij uiteindelijk wel in Friesland, waar zijn vrouw vandaan komt. Een psychologe heeft niet alleen een luisterend oor, zij constateert een post-traumatische stoornis. Het gevolg van 20 jaar mishandeling. “Alles kwam eruit, het hele verhaal. Ik ben nu een gelukkig mens. Ik denk vaak aan dat liedje van Toon Hermans, dat ook een versje is: “Ik heb het leven lief”. Vroeger domineerden mijn ouders mij, ook in mijn dromen. Ik droom nog steeds over mijn ouders. Maar nu ben ik de baas”.
Geen kinderen
Aan de wand van zijn woning in het Friese Ferwerd hangen veel foto’s van kleine kinderen. “Dat zijn nichtjes en neefjes van mijn vrouw. We passen regelmatig op en dat vinden we geweldig. Maar we hebben zelf bewust geen kinderen genomen, want ik ben toch bang dat ik hen hetzelfde zal aandoen, als wat mijn ouders met mij hebben gedaan”. Zijn ouders spreekt hij al jaren niet meer. “Ik denk wel dat ze het boek hebben gelezen, maar ik weet niet wat ze ervan vinden. Het is beter als ze niet meer zie. Niet omdat ik nog boos ben. Dat heb ik wel gehad. Ik heb in gedachten de gruwelijkste misdrijven op hen gepleegd. Nu hoop ik dat ze oud en gelukkig mogen worden. Maar zonder mij”. De naam Victor van Dalen is een pseudoniem. “Victor betekent “overwinnaar”. De naam staat voor het overwinnen van de moeilijke tijden die ik in mijn leven heb gehad. Door het op te schrijven hoop ik dat al die andere honderdduizenden volwassenen die ook zijn mishandeld als kind, met hun verhaal naar buiten komen. Misschien dat het mishandelen van kinderen dan een keer echt wordt aangepakt”.
Foto: Victor van Dalen met zijn boek “De Ruïne”.