nieuws

Hoge eisen voor 'marteldood' Schiedamseweg

ROTTERDAM - Justitie in Rotterdam heeft straffen tot 15 jaar cel geëist voor een gewelddadige beroving aan de Schiedamseweg, die tot de dood van het slachtoffer heeft geleid.
De 56-jarige man werd in maart van dit jaar geschopt en geslagen, zijn mond werd dichtgetaped en er werd een zak over zijn hoofd gedaan. Daarna hebben de zes verdachten hem achtergelaten in de woning. Justitie spreekt van een marteldood. Hoofdverdachte is de 30-jarige bewoner van het huis aan de Schiedamseweg in Rotterdam. Hij zou nog geld tegoed hebben gehad van het slachtoffer. Uiteindelijk leverde de beroving ruim 800 euro op. Het geld is verdeeld in een casino en opgemaakt. Cruciaal in deze zaak is de vraag waaraan het slachtoffer is overleden: het tapen van zijn mond, het trekken van een vuilniszak over het hoofd, of het voor dood laten liggen van de man. De Rotterdamse justitie houdt het op het laatste. Zij gaat er vanuit dat het slachtoffer nog leefde, toen hij in hulpeloze toestand werd achtergelaten in de woning aan de Schiedamseweg. Hoofdverdachte Jimmy zegt dat het slachtoffer al dood was toen zij het achterlieten: hij zou zijn gestikt door de vuilniszak. Die zou zijn aangebracht door twee andere verdachten. Jimmy vindt daarom dat hij niet verantwoordelijk is geweest voor de dood van de man. De twee andere verdachten spreken zijn lezing tegen. Justitie eiste celstraffen van 13 jaar tegen dit tweetal. Tegen de andere verdachten zijn veel lagere straffen gevraagd: tussen de 20 maanden en vier jaar cel. Zij verleenden hand- en spandiensten: ze schaften onder meer de tape en de tie-rips aan waarmee het slachtoffer werd vastgebonden. De officier van justitie noemde het "onthutsend" dat de dood van het slachtoffer zo weinig emoties teweeg heeft gebracht bij de verdachten. Op één na hebben allen een strafblad. Daarop prijken delicten als straatroof, mishandeling, woninginbraak en handel in verdovenden middelen.