nieuws

'Supporters konden geen kant op'

ROTTERDAM - De Rotterdamse politie heeft in april 2006 ten onrechte massale arrestaties verricht na Feyenoord-Ajax. Dat concludeert de Nationale Ombudsman in een rapport. Het rapport bestaat voor een groot deel uit minutieuze beschrijvingen van de gebeurtenissen.

Kantinejuffrouw
De rol van de kantinejuffrouw van DHZ lijkt onbeduidend in het grote geheel, maar kan als zeer illustratief worden genoemd. Het is rond half drie als meer dan 200 Feyenoordsupporters zich in de kantine van DHZ verzamelen, opgejaagd door de ME. Het gebouw wordt omsingeld, met de bedoeling iedereen te arresteren. De kantinejuffrouw wijst de politie erop dat de echte relschoppers al waren gevlucht. Zij verklaart: “Toen stelde de ME’er voor dat ik de onschuldigen dan maar apart moest houden. Uiteindelijk heb ik zo’n 25 personen apart gehouden. Ze zijn niet aangehouden. De ME heeft zich niet bemoeid met de selectie die ik maakte…”.
De Ombudsman noemt dit optreden opmerkelijk en weinig professioneel. Even later gaat het op het spoorwegviaduct niet veel succesvoller. Daar worden 600 supporters ingesloten, uit angst dat zij stenen gaan gooien naar de vertrekkende Ajaxfans op het perron. Achteraf hebben politie en gemeente verklaard dat de meute terecht was aangehouden, omdat zij een bevel om zich te verwijderen hadden genegeerd.
De Ombudsman trekt een andere conclusie: vlak voor het insluiten is er geen bevel gegeven aan de mensen om snel te vertrekken. De veelgehoorde klacht van de supporters “dat zij geen kant opkonden” wordt door de Ombudsman onderschreven. Beter was volgens hem geweest als de supporters een tijdje waren "opgehouden" op het viaduct waarna zij druppelsgewijs hadden kunnen vertrekken.
Parkeergarage
Het meest kritisch is het rapport over het opsluiten van de 800 arrestanten, van wie een groot deel belandt in de parkeergarage van het rechtbankgebouw aan het Wilhelminaplein. De aangehouden supporters worden mondjesmaat afgevoerd en sommigen zien zich zelfs genoodzaakt om in de RET-bus te urineren. In de garage en op de andere plekken (de Kuip en een politiebureau) volgt het lange wachten.
Door het ontbreken van wc’s wordt er ook in deze ruimtes geürineerd. Soms worden er pas na uren flesjes water uitgedeeld. Eén arrestant beschrijft: “Rond 18.00 uur ging het rolluik ongeveer twintig tot dertig centimeter omhoog en werden er emmers met water onder het rolluik doorgeschoven met een rol plastic bekers. Daarna ging het rolluik weer dicht”.
Een medewerker van de parketpolitie beschrijft de herkomst van enkele emmers: “Het was heel warm die dag. Om te zorgen dat die mensen eerder en sneller konden drinken hebben wij emmers van de schoonmaakdienst gepakt, die schoongemaakt en rond laten gaan met bekertjes erin...”.
De Nationale Ombudsman zegt verbaasd te zijn dat zowel burgemeester als de hoofdofficier van justitie in Rotterdam van mening is dat de situatie in de arrestantenverblijven “binnen de grenzen is gebleven en verantwoord is geweest”. De Ombudsman gebruikt hele andere kwalificaties: “De omstandigheden schoten ernstig te kort, waren zelfs erbarmelijk te noemen”. Van alle arrestanten waren er 61 jonger dan 16 jaar.
Geen vervolgingen
Van de 800 aangehouden supporters krijgen er uiteindelijk 161 een dagvaarding op de mat omdat zij geen identiteitsbewijs bij zich hadden. Maar geen van hen werd vervolgd voor de feiten waarvoor zij zijn aangehouden: een samenscholingsverbod of het niet opvolgen van een bevel tot verwijdering. Alex Brenninkmeijer vindt het met name kwalijk dat het grootste deel van de groep nooit te horen heeft gekregen dat zij niet voor de rechter hoeven te verschijnen.
Justitie heeft naar aanleiding van het onderzoek van de Ombudsman beloofd alsnog brieven te gaan versturen naar alle arrestanten. In de nazorg wordt nog een pijnpunt ontdekt: de autoriteiten, burgemeester Opstelten voorop, verklaarden daags na de wedstrijd trots te zijn op de aanhoudingen, omdat daarmee rellen waren voorkomen.
Brenninkmeijer: “Veel supporters hebben zich geërgerd aan die houding. Zij kregen het gevoel dat zij allen als criminelen werden afgeschilderd. Ik denk dat “The Day After” al duidelijk was dat één en ander fout was gegaan. Een minder triomfantelijke toon was gepaster geweest”.