Zanger Johnny Hoes overleden

Op 94-jarige leeftijd is zaterdag Johnny Hoes overleden. Eerder deze week werd de in Rotterdam geboren zanger in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen.

Hij lag in een ziekenhuis in Weert waar hij was opgenomen na een hartinfarct. Hoes overleed in het bijzijn van zijn familie.

De geboren Rotterdammer werd na de oorlog een populaire liedjesmaker, zanger en producent. Hij was de ontdekker van onder anderen Doe Maar, de Zangeres Zonder Naam, Normaal en Henk Wijngaard. Ook produceerde hij de wereldhit De Vogeltjesdans.

Als zanger werd Johnny Hoes vooral bekend met zijn hit Och, Was Ik Maar Bij Moeder Thuis Gebleven. Dat werd de best verkochte Nederlandstalige single aller tijden.


Johnny Hoes: ondernemer in sentiment

Zijn carrière maakte hij in het zuiden, in het land van de lach en de traan, de carnavalsliedjes en de dialectmuziek. Maar zijn wieg stond op Katendrecht en zijn nuchtere ondernemingsgeest kan nergens anders vandaan komen dan uit Rotterdam.
Daar, in de zeemanskroegen rond het Deliplein, klonk in de crisisjaren dertig de muziek waar de in 1917 geboren Johnny Hoes op aansloeg. Amerikaanse hits van Bing Crosby en de Andrews Sisters, maar ook liedjes van heimwee en verlangen in allerlei vreemde talen. Die legden de basis onder wat na de oorlog zijn doorbraak zou worden: Zeemanshart, door Eddy Christiani op de radio gebracht, viel op bij de bazen van Phonogram.

Naar Weert
Intussen was Rotterdam Johnny Hoes al kwijtgeraakt. Eerst aan de mobilisatie van 1939, die hem naar Weert bracht om het vaderland te helpen verdedigen. Een vertrek dat permanent werd toen hij daar zijn latere vrouw Jacqueline ontmoette. Daar beneden de grote rivieren werd hij al in 1944 bevrijd, door diezelfde Amerikanen van wie hij in zijn vroege jeugd de muziek had gehoord. Hij kon er goed mee overweg, mede doordat hij naast de HBS ook praktijkdiploma’s Engels en Duits had gehaald.
Johnny vierde de vrijheid en verdiende z’n brood met het organiseren van feestavonden voor de bevrijders. Uit die tijd dateert zijn eerste liedje: De Cowboy-Soldaat. Het zangeresje Helma werd er wereldberoemd mee in heel Weert.

Zuidelijke stijl
De doorbraak met Zeemanshart kwam pas in 1952, maar leverde Johnny wel meteen een baan op als producer bij Philips. Daar ging hij op zoek naar nieuwe artiesten, omdat de gevestigde zangers en zangeressen zijn zuidelijke, volkse stijl niet zo zagen zitten. Zo kwamen er kansen voor nieuw talent: de Zangeres Zonder Naam, Anneke Grönloh, Rob de Nijs, Ria Valk en nog een hele reeks anderen.
Weert was de goede plek voor de ondernemer in volksmuziek en sentiment. In het hart van carnavalsland, dicht bij België en vooral Duitsland waar de behoefte aan nieuwe, makkelijk te begrijpen artiesten nog groter was dan in Nederland. In Weert vestigde hij in 1954 zijn muziekuitgeverij Benelux Music. En daar verrees in de jaren zestig, toen hij afscheid had genomen van Philips, zijn eigen platenmaatschappij Telstar.

Popmuziek
Het was de oertijd van de popmuziek, de Beatles en de Stones. Voorlopig hield Hoes het bij de Heikrekels en de Zangeres Zonder Naam, maar op den duur zag de platenbaas in dat hij mee moest met de nieuwe tijd. De boer’n-rockgroep Normaal, de protestzanger Armand en de Molukse band Massada verschenen op het Telstar-label, later gevolgd door Doe Maar, Toontje Lager, Henk Wijngaard, Frank Boeijen en Pierre Kartner. Als er ook maar iets Nederlands in zat, was Hoes er goed voor. Bijna tweehonderd keer werden zijn producten goud of platina.
Intussen vestigde Johnny ook zijn naam als zanger. Niet dat daar zijn allergrootste talent lag, maar zijn toonvaste, sympathieke stem met een altijd hoorbare Rotterdamse R drong door tot de harten van veel luisteraars en platenkopers. Och Was Ik Maar Bij Moeder Thuis Gebleven werd het lijflied van een na-oorlogse generatie noordelijke én zuidelijke Nederlanders. En daarmee tevens de best verkochte Nederlandstalige plaat aller tijden: 450.000 exemplaren, goed voor alle soorten edelmetaal.

Hand in Hand
Johnny’s geboortestad merkte weinig meer van hem, behalve in radio- en televisieprogramma’s bij KRO, VARA en het legendarische Radio Luxemburg. Wel bewerkte hij samen met tekstschrijver Jaap Valkhof het Feyenoord-lied Hand In Hand Kameraden, maar dat was geen kwestie van eeuwige trouw. Evengoed schreef hij voor PSV en Ajax (Op ’n Slof en ’n Ouwe Voetbalschoen) en gelukkig ook nog voor Sparta. Pas in 2000 werd Johnny Hoes weer Rotterdammer, met het verschijnen van een cd-box met vijftig Rotterdamse liederen, vertolkt door onder anderen Lee Towers.

Op Lowlands
Door het hippe publiek uit de jaren zeventig en later werd Hoes weggeschopt als exponent van vuige commercie en goedkoop sentiment. Maar hij is oud genoeg geworden om al die kritiek ruimschoots te overleven. In 2003 verscheen een zesdelige cd-box met een totaaloverzicht van zijn carrière. In augustus van dat jaar werd hij op Lowlands op het schild gehesen, met onder de gasten zelfs Jules Deelder. En in 2007 kreeg hij de Erasmusspeld van de gemeente Rotterdam.
Zo werd de Katendrechtse jongen en de Limburgse platenboer uiteindelijk toch erkend als wat hij was: een ondernemer die zijn klanten recht in het hart wist te treffen met simpele, doeltreffende en succesvolle muziek. 

Deel dit artikel: