Ernstige misstanden Ibn Ghaldounschool

De Inspectie van het Onderwijs heeft ernstige misstanden geconstateerd bij de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun in Rotterdam. In een rapport worden onder meer vraagtekens gezet bij een gesubsidieerde reis naar Saoedi-Arabië. Verder staan imams op de loonlijst die geen onderwijstaken verrichten en zijn er onregelmatigheden geweest bij de examens.

Het onderzoek van de Inspectie is gestart naar aanleiding van een anonieme brief naar het Ministerie van Onderwijs, over strafbare feiten. Volgens het ministerie toont het rapport aan dat daar inderdaad sprake van is. Zij heeft aangifte gedaan bij justitie.

Ibn Ghaldoun heeft in 2005 en 2006 enkele reizen georganiseerd naar Saoedi-Arabië, voor het bezoek aan heilige plaatsen. In totaal namen 197 personen deel aan de bedevaart. Het ging om leerlingen, docenten, ouders en een groot aantal buitenstaanders. De school ontving een rijksbijdrage van 201.429 euro voor de reizen. De school erkent dat de bezoekjes geen educatief doel hadden. Zij zegt dat het bedrag van ruim twee ton zal worden terugbetaald, maar volgens de Inspectie is dat nog niet gebeurd. Verder zijn alle kosten niet goed onderbouwd.

Valse facturen

De Inspectie heeft grote twijfels over de echtheid van de facturen uit Saoedi-Arabië, die Ibn Ghaldoun heeft overhandigd. In het rapport staat: “De aangeleverde facturen lijken door de hotels te zijn opgesteld, dit gezien het logo van de hotels en de ondertekening door de managers van de hotels. Echter,de facturen lijken qua lay-out en gebruikte tekst aangeleverd te zijn door een derde. Zo is de gebruikte lay-out en tekst van de facturen van beide hotels identiek en zijn in de facturen van de hotels dezelfde fouten gemaakt in het gebruik van de Engelse taal”. Ibn Ghaldoun zegt dat het wel om originele stukken gaat.

Op Ibn Ghaldoun staan twee imams op de loonlijst van 66 en 44 jaar. Ze zouden fulltime in dienst zijn. Volgens de school vervullen zij een belangrijke sociale taak op school: ze zijn beschikbaar voor problemen van leerlingen en zorgen voor rust en sociale cohesie. De Inspectie concludeert echter: “Wij kunnen niet vaststellen dat zij daadwerkelijk werkzaamheden ten behoeve van de school of het bestuur hebben verricht”. Volgens de school zijn de imams vooral buiten de school actief geweest. Zij hebben inmiddels een deeltijdbaan op de school.

De anonieme brief repte ten slotte van fraude tijdens de examens. De Inspectie van het Onderwijs heeft daar geen bewijs van kunnen vinden. Wel is sprake van onregelmatigheden bij de examens. Zo blijken de examinatoren van Ibn Ghaldoun teveel punten toe te kennen, bij het corrigeren van de opgaven. De tweede examinator, die van een andere school komt, heeft daar regelmatig op gewezen, waarna het aantal punten naar beneden moest worden bijgesteld. Ook constateert de Inspectie dat de cijfers voor de schriftelijke examens van de school zelf aanzienlijk hoger liggen dan die voor het centraal schriftelijk. “Verschillen van twee punten of meer zijn daarbij geen uitzondering. Dit duidt op een ernstig gebrek aan kwaliteit van de schoolexamens”, aldus het rapport.

Bijvangst

De Inspectie heeft tijdens de bezoeken aan de Rotterdamse school nog meer misstanden vastgesteld, die als “bijvangst” gezien kunnen worden. Zo is er mogelijk sprake van belangenverstrengeling: de betaalde kinderopvang wordt voor een deel verzorgd door echtgenotes van bestuursleden. De echtgenote van de voorzitter zou tegen betaling managementondersteuning verlenen. In vier gevallen hebben medewerkers van de school een te hoog salaris ontvangen: zij kregen tot 40 procent extra op hun CAO-norm, terwijl maximaal 20 procent is toegestaan. Ibn Ghaldoun heeft die salarissen inmiddels aangepast: de extra’s zijn verdwenen. Volgens de school hadden de beloningen vooral te maken met drukke werkzaamheden van de personeelsleden.

De Inspectie constateert tot slot in het algemeen dat het financiële beheer te wensen overlaat. “Wij hebben bij ons onderzoek geconstateerd dat Ibn Ghaldoun niet beschikt over een goed werkend stelsel van administratieve procedures en interne controles”. Het gaat dan onder meer om het ontbreken van stukken over het personeel en de afwezigheid van facturen en declaraties.

De Rotterdamse school zelf wil nog niet uitgebreid reageren op de beschuldigingen van de Inspectie. De voorzitter van het bestuur B. Naas zegt: “Ik beschouw het rapport van de Inspectie als een mening. We zijn over alles nog in gesprek met het Ministerie van Onderwijs. Van een aangifte bij justitie heb ik nog geen officieel bericht ontvangen”. Het Ministerie van Onderwijs heeft naast de Ibn Ghaldoun in Rotterdam nog een groot aantal andere islamitische scholen in Nederland onderzocht. Ook in die gevallen zijn misstanden vastgesteld, variërend van misbruik van subsidies tot falende bestuursleden. Voor het ministerie zijn de bevindingen aanleiding geweest om te bekijken of alle islamitische scholen in Nederland moeten worden onderzocht.

Foto: bestuursvoorzitter B. Naas van Ibn Ghaldoun.

Deel dit artikel: