Rotterdam en Maastricht pakken drugsrunners aan

Burgemeesters, korpschefs en hoofdofficieren van justitie van Rotterdam en Maastricht praten in april over het intensiveren van de samenwerking om de drugsrunners in Zuid-Limburg aan te pakken. De delegatie uit Maastricht komt op uitnodiging van de burgemeester Aboutaleb naar Rotterdam.

Sinds eind jaren negentig heeft Zuid-Limburg last van drie- tot vierhonderd drugsrunners. Meer dan 100 van die runners blijken uit Rotterdam te komen. Het zijn vrijwel uitsluitend mannen van Marokkaanse afkomst uit de wijken Delfshaven en Rotterdam-Noord. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport 'Snelle jongens', dat Bureau Beke maakte in opdracht van Politie Limburg-Zuid.

Werkwijze
De runners zijn, vaak op doorgaande wegenrond de landgrens, op zoek naar mensen die drugs willen kopen. Dit zijn meestal Franse en Belgische drugstoeristen. De jongens brengen deze toeristen dan in contact met lokale drugsdealers in drugspanden.

Nieuwe aanpak nodig
Politie en gemeente proberen al jaren de overlast en criminaliteit rondom de drugspanden en drugsrunners te bestrijden. De aanpak bestaat uit het sluiten van de panden en inbeslagname van de auto’s en telefoons waarmee de runners werken. Maar dit heeft volgens Bureau Beke weinig effect: "de drugspanden verhuizen steeds binnen of buiten Maastricht, de runners huren gewoon andere auto’s en de klanten blijven naar Maastricht komen voor hun drugs. De dealers en runners passen hun tactieken en werkwijze voortdurend aan."

Conclusie rapport
Het effectief bestrijden van de drugsrunnersproblematiek vraagt volgens het onderzoeksbureau om een regio-overstijgende samenwerking tussen diverse instanties zoals gemeenten, politie en justitie. De gemeentes werken nu al samen, maar in april wordt besproken hoe die samenwerking verbeterd kan worden.

Deel dit artikel: