nieuws

Commissie: 'Onvoldoende toezicht op Vestia'

vestia
vestia
ROTTERDAM - De toezichthouders hebben niet alert genoeg gereageerd op de financiële problemen bij de Rotterdamse corporatie Vestia. Dat concludeert de commissie-Hoekstra.
De onderzoekscommissie wijst zowel naar het ministerie voor Wonen, als naar het Centraal Fonds Volkshuisvesting en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Volgens de commissie hadden alle toezichthouders ‘scherper kunnen zijn’ en ‘eerder kunnen ingrijpen’.

Miljardenschuld

Vestia kwam in de problemen door handel in derivaten. Mede daardoor ontstond een miljardenschuld. Om er weer bovenop te komen, moet Vestia onder meer woningen verkopen.
Ook kwamen de plannen voor Rotterdam-Zuid stil te liggen door geldgebrek. Andere corporaties namen uiteindelijk een aantal projecten van Vestia over. Ook de gemeente Rotterdam en het Rijk sprongen financieel bij.

'Problemen Vestia staan niet op zichzelf'

Volgens de commissie-Hoekstra waren de problemen bij Vestia relatief groot, maar beperken de problemen zich niet tot deze corporatie: “De Vestia-affaire is uniek in de veronachtzaming van de eisen voor goed bestuur en ook in de omvang van de financiële gevolgen, maar in de hele corporatiesector is te weinig zelfcorrigerend vermogen.”