ROTTERDAM CENTRAAL
Rotterdam Centraal is 10 jaar oud: dit is hoe het meest herkenbare station van Nederland ontstond
Op woensdag 13 maart viert het stationsgebouw van Rotterdam Centraal zijn 10-jarig bestaan in nieuwe vorm. Een mooi moment om eens terug te blikken op hoe het inmiddels meest herkenbare station van Nederland er ooit uitzag en hoe het nieuwe ontwerp tot stand kwam.
De grote, hoekige en glanzende hal van Rotterdam Centraal is vandaag de dag niet meer weg te denken uit de stad. Toch was er een tijd, inmiddels ruim vijftien jaar geleden, dat het station een wel héél ander uiterlijk had. Dat ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn (1889-1983) stond tussen 1957 en 2007 op de plek van het huidige station.
Het oude stationsgebouw bood ruimte aan zo'n 100 duizend reizigers per dag. Maar naarmate Rotterdam steeds verder uit zijn voegen groeide, groeide ook het aantal reizigers. In 2003 werd daarom besloten dat het tijd was voor een nieuw stationsgebouw dat groot genoeg moest zijn om ruimte te bieden aan de ruim 300 duizend reizigers per dag die in 2025 verwacht werden.
Op 1 september 2007 werden de allerlaatste reizigers in het stationsgebouw van Van Ravesteyn ontvangen. Een dag later sloot het pand officieel zijn deuren. Het jaar daarop begonnen de sloopwerkzaamheden, waarmee er na vijftig jaar een einde kwam aan het toonaangevende bouwwerk van Van Ravesteyn.
Nieuw ontwerp
Het nieuwe ontwerp, dat bij sommigen ook wel bekend staat als de 'Haaienbek' of 'Station Kapsalon' (een verwijzing naar de aluminium bakjes waarin die Rotterdamse vette hap wordt verkocht), ontstond uit een samenwerking tussen architectenbureaus Benthem Crouwel Architects, Meyer en van Schooten Architecten (MVSA) en West 8. Een eerder ontwerp van de Britse architect William Alsop (het brein achter Calypso en de Pauluskerk), dat wel wat weg had van een groep champagneglazen, werd afgewezen vanwege torenhoge kosten. Dat gebeurde middels een protestmotie van Leefbaar Rotterdam.
"Wij waren op dat moment al bezig met stationsvernieuwingen in Amsterdam, Den Haag en Utrecht", herinnert architect Joost Vos van Benthem Crouwel Architects zich. Zo was het architectenbureau bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de overkapping aan de IJ-zijde van Amsterdam Centraal. "Rotterdam was het laatste station waar we mee begonnen zijn, maar de eerste die af was. Daarin zag je echt die Rotterdamse mentaliteit", lacht hij.
Voor de architecten, die samenwerkten onder de naam 'Team CS', was het van belang om enerzijds respectvol om te gaan met het werk van hun voorganger Van Ravesteyn, en anderzijds aan het eisenpakket van de gemeente, ProRail en de NS te voldoen. "Het oude station paste gewoon niet meer. Aan de ene kant vonden we het zonde, maar voor een stad als Rotterdam was een nieuw station wel noodzakelijk."
Vraagstukken
Zodoende werden de plannen voor een nieuw station opgetekend. Eén van de eerste vraagstukken? De toegankelijkheid naar het Weena en de Westersingel verbeteren. "Die was beroerd", vertelt Vos. "Als je uit het station kwam, moest je eerst over de weg waar auto's reden, de trambanen oversteken en dan pas was je bij het busstation. Dat moesten we ontvlechten."
Zo kwam het dat de trams vandaag de dag aan de kant van de Delftse Poort staan en de bussen aan de kant van het Groot Handelsgebouw. "Dat was ons idee", zegt Vos trots. En daarmee waren de architecten nog niet klaar met innoveren. Ook de bekende metalen perronskap hebben we aan hen te danken.
"In de eisen stond dat er een grote stationshal zou komen die tot aan het Weena zou reiken", vertelt Vos. "Daarnaast zouden er alleen boven de perrons kappen komen. Dat vonden wij een no-go. Dan kom je dus met de hogesnelheidslijn uit Parijs en dan stap je uit onder een perronskap waar je nog steeds last hebt van de wind en regen."
Om dat te voorkomen stelden de architecten een kleinere stationshal voor, waarbij het daardoor vrijgekomen budget geïnvesteerd zou worden in een kap die boven het gehele station reikt. "Dat is echt een groot voordeel geweest. We hebben gekeken naar de technieken die binnen de glastuinbouw werden gebruikt om dat binnen het budget voor elkaar te krijgen. En de stationshal is nog steeds enorm!"
Oude elementen
Vanuit respect voor het oorspronkelijke ontwerp van Van Ravesteyn is ook geprobeerd om een aantal elementen van dat ontwerp in het nieuwe te verwerken. Denk bijvoorbeeld aan letters die op het oude station stonden. "Die wilden we heel graag terugzetten op het nieuwe station. Maar volgens de regels mocht daar alleen de naam van het station staan, en het heet niet 'Centraal Station'. Uiteindelijk is dat wel gelukt. Rotterdam is de enige stad in Nederland met een 'Centraal Station'."
Niet alleen de letters, maar ook de stationsklok van het oude station kreeg een prominente plek in het nieuwe ontwerp. Die hangt nog altijd aan de voorzijde van Rotterdam Centraal. Of denk aan de 'Speculaasjes'-sculpturen van kunstenaar J.H. Baas, die ooit boven de poortdoorgangen van het oude stationsgebouw prijkten en vandaag de dag bij perron 1 te bewonderen zijn.
De speculaasjes komen zelfs op twee manieren terug in het nieuwe ontwerp. Wie namelijk vanaf boven op het station kijkt, herkent de vorm van de sculpturen ook in de zonnepanelen op het dak. "We kwamen erachter dat het beter was om op sommige plekken op het dak meer zonnepanelen te plaatsen dan op anderen", vervolgt Vos. "Daardoor ontstond al een soort patroon. Uiteindelijk hebben we die sculptuur vertaald naar de zonnepanelen."
Nog een klein geheim van architect? "Als je in de hal staat en naar het plafond kijkt, zie je sleuven met lampen erin. Maar daar zit ook een glaskap boven. Daardoor schijnt de zon op sommige momenten heel mooi naar binnen. Dat is een prachtig gezicht."
Grootstedelijkheid
Terugblikkend op het project durft Vos Rotterdam Centraal wel één van de kroonstukken van Benthem Crouwel te noemen. "En dat geldt net zo goed voor MVSA en West8. We wilden de grootstedelijkheid van Rotterdam verwerken in het ontwerp, en dat is gelukt. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook de kap tot een punt opgetrokken, zodat je vanuit de hal een mooi uitzicht hebt op de stad."
Ondanks de enorme omvang van het project heeft Vos vooral goede herinneringen aan de interne samenwerking en die met opdrachtgevers ProRail, NS en de gemeente. "We hadden een kantoortje in het Groothandelsgebouw, en bijna iedere woensdag kwamen de wethouders langs om te kijken hoe alles liep. Het was best een roerige tijd politiek gezien, maar we hebben niet echt spannende momenten gehad. Als het plan goed is, krijg je al snel iedereen mee. Het is ook echt iets Rotterdams, dat zoiets hier kan."
Op 13 maart 2014, zes jaar na aanvang van de sloop, werd het nieuwe stationsgebouw feestelijk geopend. Ook koning Willem-Alexander was daarbij aanwezig.