ICONISCHE WINKELS

Zelfs na hartoperatie blijft Emma (83) fulltime in 'haar' zaak met peperdure messen en zwaarden werken

Emma (83) werkt nog vijf dagen bij De Spijkermand
© Rijnmond
In 'Iconische winkels' gaat Rijnmond langs bij ondernemers in de regio om hun verhaal op te tekenen. Deze keer: De Spijkermand op de Oude Binnenweg in Rotterdam.
In een vooroorlogs pand aan de rand van het centrum zit De Spijkermand verscholen. Deze winkel verkoopt “alles wat snijdt”, van aardappelschilmesjes tot messen van bijna duizend euro en samoeraizwaarden.
De messen staan in schril contrast met het interieur, dat met bruin meubilair en gretig gebruik van jaren 70-kleuren als okergeel en oranje warm oogt. Een bewuste keuze, zo vertelt Paul Verburg, die de winkel samen met zijn 83-jarige moeder Emma en broer Rob runt. “Staal is uit zichzelf nogal kil.”

Begrafenis klant

Bijna alles in de winkel is hergebruikt uit het lange verleden. Uit oude buffetkasten zaagt Paul deuren en laden om vitrines van te maken en de toonbank kreeg laatjes uit de jaren 20.
Paul en Emma zijn te laat voor het interview. Met goede reden, blijkt later. Zij moesten onverhoopt naar een begrafenis van een vaste klant. Het zegt veel over wat voor begrip De Spijkermand in de stad is.

Ontstaan winkel

Het is 1928 als opa Verburg De Spijkermand als ijzerwaren- en gereedschappenwinkel opent. Pal naast de brandgrens, dus het bombardement overleven ze ternauwernood. In de jaren 70 gaat zijn zoon, Emma's man en Pauls vader er staalwaren bij verkopen. Paul: “Menig Rotterdammer heeft hier zijn eerste zakmes gekocht. Het is nu een beladen onderwerp, maar vroeger was het heel normaal als je er eentje bij je had.”
Hij ziet met lede ogen dat messen nu vooral slecht in het nieuws komen. “Messen zijn het oudste gereedschap dat we kennen. Er zijn zoveel toepassingen voor: vissen, buitensport, de keuken.” De jeugd is er gefascineerd door, merkt hij, maar De Spijkermand hanteert strikte leeftijdsgrenzen. “Het grote probleem schuilt in webshops, daar hoef je alleen maar aan te vinken dat je 18 bent.”
Ja, er komen weleens louche types op de zaak af. “Maar dat je je moet legitimeren, schrikt kwaadwillenden af. En als je iemand wilt neersteken, dan koop je iets goedkoops. Onze duurste messen worden alleen gekocht door liefhebbers.”

Nazi-dolken

Gepassioneerde verzamelaars zijn het kloppende hart van de clientèle. “We hebben lijsten liggen van mensen die we kunnen bellen als we gelimiteerde versies binnenkrijgen. Die messen halen vaak de winkel niet eens.”
Voor de verzamelaars moeten ze dus bijzondere items vinden. Daarin slaat De Spijkermand ook weleens de plank mis. In 2008 raakt de winkel in opspraak, omdat zij ‘nazi-dolken’ zouden verkopen. De messen, met daarop bijvoorbeeld hakenkruizen en SS-tekens, worden bij een politie-inval in beslag genomen.
De Spijkermand is een staalwarenwinkel op de Oude Binnenweg
© Rijnmond

Geen oordeel

Nadat justitie vaststelt dat “er geen intentie was om kwalijke denkbeelden te verspreiden”, krijgen ze de dolken terug. “Het is maar net vanuit welke hoek je dat belegt”, zegt Paul daar nu over. “Voor ons was het meer het historische. We dachten er niet bij na dat het sommige mensen kan kwetsen. Als er één familie is die nooit een oordeel heeft, dan zijn wij het wel.”
Hun klanten laten zich door de ophef niet afschrikken. “Zoals Pim Fortuyn zei: ‘Het maakt niet uit hoe ze over je schrijven, als ze je naam maar goed spellen.’ Je moet er niet te lang bij stil blijven staan.”

Geen ijzerwaren meer

De coronaperiode is wél een zware tijd voor de familie. Het pand naast de Spijkermand, ooit het iconische café Pardoel, is dan nog van hen. Maar de fundering is aan het eind van z’n Latijn. “Herstellen was twee keer zo duur, door die enorme stijging van de prijs van grondstoffen.” Ze verkopen de zaak. “Nu zijn we eigenlijk weer in de situatie zoals opa ooit begon.”
Het is niet het enige dat verandert. De Spijkermand is lang de plek waar je nog losse spijkers, schroeven en bouten kan kopen. Daar stoppen ze tijdens de pandemie mee. “Het was niet meer rendabel. Je zag steeds meer de verschuiving naar bouwmarkten en discountwinkels. In de jaren 70 waren er zestig ijzerwarenwinkels in Rotterdam, nu niet eens vijf. Met kwalitatief hoogwaardige ijzerwaren is de prijs niet te concurreren met bouwmarkten, waar ze over het algemeen goedkoper Chinees spul verkopen.”

Niet thuiszitten

Voor Emma is het afscheid van de ijzerwaren even slikken. “Ik heb niet zoveel verstand van staalwaren als de jongens”, erkent ze. Toch staat ze nog steeds vijf dagen per week met plezier in de winkel. Als haar man dertien jaar geleden overlijdt, besluit ze dat ze van thuiszitten niet gelukkiger wordt.
“Mijn vriendinnen zeggen altijd: stop er nou mee. Maar wat moet ik thuis doen? Een half jaar geleden dacht ik even dat ik het niet zou redden. Ik had een heel zware hartoperatie. Wonder boven wonder ben ik daar goed uitgekomen. Ik verveelde me zo, dat ik weer ben gaan werken.”
De familie heeft weleens medewerkers ingehuurd, maar daar gaan ze zich niet meer aan wagen. “Op een gegeven moment kom je erachter dat niet iedereen betrouwbaar is”, licht Paul toe.
Je kunt ook gewoon tevreden zijn met wat je hebt.
Paul

Geen webshop

Paul staat al “sinds hij kan lopen” in de winkel. Maar de broers combineren het wel met een andere baan. “Doordat we allebei onregelmatig werken, kunnen we bijspringen.”
Het is soms aanpoten, maar ook goed zo. “Ik zie collega’s om me heen die altijd maar willen groeien. Maar je kunt ook gewoon tevreden zijn met wat je hebt. Wij zijn juist terug naar de basis gegaan, met meer aandacht voor persoonlijk contact.”
Paul is “per definitie” tegen een webshop. “Je ziet dat steeds meer mensen behoefte hebben aan een fysieke winkel. Het gaat ook om hoe het in je hand ligt.”

100 jaar

Emma en Paul hebben de straat zien veranderen. “Vroeger was het heel hecht, je liep bij elkaar naar binnen om geld te lenen”, kijkt Emma terug. Nu zijn er meer winkelketens. “Sommige ondernemers wilden hier een P.C. Hooftstraat van maken”, stelt Paul. “Dat werkt hier niet, daar zijn Rotterdammer te nuchter voor.”
Nog steeds zijn er wat oude zaken in de straat, maar die zijn niet meer in handen van de familie. Dat dit bij De Spijkermand wél zo is, is “uniek”.
Maar of dat zo blijft, is nog even afwachten. Er zijn geen kinderen die de zaak willen overnemen, al heeft Paul wel wat mensen in gedachten. “Die 100 jaar gaan we sowieso volmaken.”

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl