CULTUUR
Lee Towers wordt 80, maar blijft optreden: 'Ik heb zo'n spijt van het stoppen bij de marathon'
Lopen gaat niet meer zonder hulp, maar optreden als zanger blijft hij. Lee Towers is artiest in hart en nieren, ook wanneer hij maandag tachtig jaar oud wordt. "Ik ga door. Tot het bittere einde, als het moet", zegt hij.
"Tachtig worden gaat vanzelf", vertelt hij met een glimlach. “Maar hoe word je tachtig? En onder welke omstandigheden mag je dat nog meemaken?", vraagt de zanger zich af.
“Ik ben verder gezond, al tob ik nog met een heup en loop ik met een rollator." Hij lacht weer. "Dat is ook ijdelheid. Je wil overal in draf voorbij trekken, maar dat gaat wat minder. Ik ben ook een beetje een macho, natuurlijk.”
Straatarm
Zijn jeugd speelde zich af in Bolnes, aan het Dijkje op nummer 9. Thuis was het streng christelijk. Op zondag niet buitenspelen, geen radio of televisie. Totdat de voddenboer verderop een oud radiootje bracht. Daarop hoorde de jonge Leen Huijzer voor het eerst Radio Luxemburg en Ricky Nelson. “Als ik een liedje drie keer hoorde, kon ik het meezingen. Dat was mijn talent.” Op zijn tiende stond Leen al op tafel te zingen. "Ik had geen gêne, nooit gehad."
De armoede thuis was groot, al werd er nooit over gesproken. “We waren echt straatarm. Mijn oudste broer Tom en ik moesten naar de technische school; HBS of ULO zat er niet in. Geen geld.”
'We werkten allemaal'
Het gezin telde zes kinderen. “Van het pensioen van mijn vader konden we met acht mensen niet rondkomen. Dus we werkten allemaal. Ik had twee krantenwijken. We hielpen de bakker, de melkboer, de slager, de groenteboer. In de schoolvakanties plukten we bonen en aardbeien.”
Ik geef iedereen een hand, waar ik ook ben
Dat gevoel van ongelijkheid is hem altijd bijgebleven. “Als je arm was, werd je anders behandeld. Ik kreeg soms geen hand van bezoekers. Daarom geef ik nu iedereen een hand, waar ik ook ben. Zo’n klein gebaar. Dat is respect.”
Liedjes voor Laura
Vol liefde spreekt hij over zijn echtgenote Laura, die hij ontmoet nog voor zijn doorbraak als artiest. “Zij is mijn lot uit de loterij. We zijn 55 jaar samen, 53 jaar getrouwd. Ik zeg nog elke dag: ‘Ik hou van je.’”
Hij schreef tientallen liedjes en gedichten voor haar. “Op elk album staat wel iets voor Laura. Love Letters, Memories. En voor haar 60ste, 70ste en 80ste verjaardag maakte ik gedichten van wel acht A4’tjes.”
Nu zorgt zij een beetje extra voor hem. “Ze helpt me met mijn jas en overhemd. We zijn een twee-eenheid.”
You'll Never Walk Alone
Precies vijftig jaar geleden breekt Leen Huijzer door als Lee Towers, op televisie geïntroduceerd als de zingende kraanmachinist. Zijn tweede single is You’ll Never Walk Alone, een nummer dat hem een leven lang zal blijven achtervolgen. Hij kende het al langer. “Bij The Drifting Five zong ik het. Het was al Laura’s lievelingslied.”
“Vraag je mensen waar ze me van kennen, dan zeggen ze: You’ll Never Walk Alone.” En het lied blijft voor hem een verbindende kracht. “Het brengt mensen samen. Als het gezellig is, gooi ik de feestversie ertegenaan. Als het klein moet, doe ik het klein. En bij stampen hoort de Feyenoord-versie.”
Spijt van stoppen met marathon
Het lied klinkt nog altijd regelmatig in de Kuip. Maar ook het wegzingen van duizenden marathonlopers was dertig jaar lang een vast ritueel. Tot de fysieke klachten te veel werden. “Ik liep te kwakkelen, zat niet goed in mijn vel. Ik dacht: dertig jaar, het is mooi geweest. Maar ik heb er zó’n spijt van.”
Hij herinnert zich de lange dagen nog. “Eerst in de hoogwerker, daarna high-fives tot de laatste loper weg was. Dan naar het stadhuis voor foto’s en praatjes. Dat werd zwaar. Mijn rugoperatie van 14 jaar geleden speelt nog steeds mee. Als ik ergens binnenloop, houd ik me soms aan Laura vast.”
Tot het bittere einde door
Toch is zijn gedrevenheid nog onverminderd. “Ik zit nog elke week in de studio om de voice bij te houden. Ik kan krakkemikkig binnenkomen, maar als ik op de kruk zit, gaat het dak eraf.”
Aan stoppen wil hij dan ook niet denken. “Als mensen niet meer naar je willen luisteren, ben je klaar. Maar zolang dat niet zo is, ga ik door. Tot het bittere einde, als het moet.”
Leen van Bolnes
Hoe hij over 50 jaar herinnerd wil worden? “Als een van hen. Gewoon Leen van Bolnes. Dat heb ik nooit verloochend. Ik ben wel rijk geworden, maar ik ben nooit vergeten waar ik vandaan kom.”
Het leven en de showbizz blijven betrekkelijk, zegt hij. “Het is allemaal glitter en glamour, één grote luchtballon. Eén prik en het is weg. Dus ja, je moet weten wat echt is.”
Met drie kinderen, elf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen is zijn grootste rijkdom helder. “Op mijn verjaardag zijn we met z’n allen. Dat is bijzonder. Dat moet je koesteren.”